**1..** In deze verordening en de daarop gebaseerde regelgeving wordt verstaan onder:
algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die niet speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking, die algemeen verkrijgbaar is, die niet aanzienlijk duurder is dan vergelijkbare producten en een persoon zonder beperking zou, mede gelet op de individuele omstandigheden van het geval, waaronder de leeftijd, ook beschikken over de voorziening;
algemene voorziening: aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning. In Haarlem wordt dit voorzieningen aanbod de sociale basis genoemd.
andere voorziening: voorziening op basis van een andere wet dan de Wmo 2015;
beperking: aan de cliënt verbonden kenmerken die er toe leiden dat hij niet (volledig) in staat is tot zelfredzaamheid en/of deelname aan het maatschappelijk leven;
besluit: Uitvoeringsbesluit Algemene en maatwerkvoorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Haarlem 2018;
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem;
diensten: huishoudelijke ondersteuning, begeleiding en dagbesteding en (ambulante) ondersteuning die wordt geboden in het kader van beschermd en beschut wonen;
eigen bijdrage: een bijdrage van een cliënt in de kosten van een maatwerkvoorziening of een persoonsgebondenbudget;
gebruikelijke hulp: hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten
gemeenschappelijke ruimten: gedeelte(n) van een woongebouw, niet behorende tot de onderscheiden woningen, bestemd en noodzakelijk om de woonruimte van de cliënt waar deze zijn hoofdverblijf heeft vanaf de toegang tot het woongebouw te bereiken, waaronder begrepen ruimten voor gemeenschappelijk gebruik zoals een keuken of recreatieruimte;
gesprek: een gesprek tijdens of naar aanleiding van een melding waarin de onderwerpen van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2 vierde lid van de wet aan bod komen;
hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waar de cliënt zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft en in de Basisregistratie Personen staat ingeschreven dan wel zal staan ingeschreven, dan wel het feitelijk woonadres;
huisgenoot: de persoon die met de cliënt duurzaam gemeenschappelijk een woning bewoont, anders dan door een commerciële huurders- of kostgangersrelatie;
instelling: instelling in de zin van de Wet toelating zorginstellingen, een ziekenhuis of wooninitiatief op grond van de Wlz en subsidieregelingen Wlz;
maatwerkvoorziening: op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen:
ten behoeve van zelfredzaamheid, daaronder begrepen kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger, het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen,
ten behoeve van participatie, daaronder begrepen het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen en andere maatregelen,
ten behoeve van beschermd wonen en opvang.
meerkosten: kosten, niet zijnde de kosten als bedoeld in artikel 2.1.7 van de wet, die uitgaan boven de kosten die als algemeen gebruikelijk zijn te beschouwen;
melding: het kenbaar maken van een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning, als bedoeld in artikel 2.3.2 eerste lid van de wet;
onderzoeksverslag: de schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2 achtste lid van de wet, waarin de adviezen, verwijzingen en afspraken staan die in samenspraak met de cliënt zijn gemaakt, eventueel aangevuld met zijn persoonlijk plan en de beoogde resultaten;
persoonlijk plan: een door de cliënt opgesteld plan dat aangeeft, op basis van artikel 2.3.2, vierde lid, onderdelen a tot en met e van de wet, welke behoefte hij heeft aan maatschappelijke ondersteuning en welke ondersteuning naar zijn mening het meest is aangewezen;
pgb-plan: een aan de cliënt aangereikt en door de cliënt ingevuld en ondertekend format pgb-plan;
sociaal netwerk: personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt;
spoedeisend geval: een onvoorziene situatie die geen uitstel verdraagt;
trajectplan: het trajectplan omvat een inventarisatie van problemen en kwaliteiten op alle leefgebieden, inclusief een risicotaxatie op gedrag.
uitvoeringsbesluit: het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 zijnde een algemene maatregel van bestuur;
verplaatsingsvoorziening: een maatwerkvoorziening, al dan niet gemotoriseerd, waarmee de cliënt zich in zijn leefomgeving kan verplaatsen;
wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
woonvoorziening: een aanpassing aan de woning of een verhuisvoorziening;
zelfstandige woning: een woning met eigen toegang en eigen keuken en toilet.
**2..** Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet, het landelijke Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Algemene wet bestuursrecht.