Naar hoofdinhoud
1.. Een parkeervergunning als bedoeld in artikel 4, wordt voor ten hoogste één kalenderjaar verleend met een stilzwijgende verlenging per kalenderjaar. 2.. De parkeervergunning bevat in ieder geval: de periode waarvoor de vergunning geldt; het gebied waarvoor de vergunning geldt; de naam of het adres van de vergunninghouder en/of het kenteken van het gehandicaptenvoertuig dan wel het motorvoertuig waarvoor de vergunning is verleend. de voorschriften en beperkingen die aan de parkeervergunning verbonden zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel