Naar hoofdinhoud
Met betrekking tot de gemeentelijke belastingen die worden geheven van genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht (onroerende-zaakbelastingen, rioolheffing) wordt, indien er met betrekking tot één roerende of onroerende zaak verschillende categorieën genothebbenden zijn, de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van: a. de beperkt gerechtigde, waarbij de volgende voorkeursvolgorde geldt: 1. de vruchtgebruiker c.q. gerechtigde krachtens recht van gebruik en bewoning; 2. de opstaller, met uitzondering van degene die een afhankelijk opstalrecht, dan wel een opstalrecht ten behoeve van de aanleg en het onderhoud van onder- of bovengrondse leidingen heeft; 3. de erfpachter; b. de eigenaar of de appartementsgerechtigde; c. degene die op andere wijze als genothebbende naar voren komt, daaronder begrepen de bezitter.

Rechtspraak bij dit artikel