De regels inzake het innemen van een ligplaats zijn in hoofdzaak operationele regels, die door de havenmeester gehandhaafd dienen te worden. Zij zijn gericht op een ordentelijk verloop van de activiteiten in de haven, op openbare orde en veiligheid.
Voorts is hier een verbod opgenomen, buiten de aangewezen ligplaatsen af te meren, welk verbod zich ook uitstrekt tot ligplaatsen, waarvoor een tijdelijk afmeerverbod geldt (bijvoorbeeld omdat ter plaatse reparatiewerkzaamheden aan de kademuur zijn voorzien) of plaatsen die zijn gereserveerd (bijvoorbeeld in het kader van een evenement). De havenmeester dient dergelijke plaatsen door middel van een bord of iets dergelijks aan te geven, zodat dit voor de schipper kenbaar is. Ten aanzien van de calamiteitenhelling in de haven geldt reeds, dat het water in de directe omgeving daarvan geen ligplaats is als bedoeld in deze verordening. Het is derhalve niet nodig, die plaats specifiek te benoemen, aangezien een afmeerverbod geldt voor niet als zodanig aangewezen ligplaatsen.
De bepaling met betrekking tot de maximale ligtijd voor passanten is opgenomen om juridische gestalte te geven aan de afspraken, die door het college van burgemeester en wethouders zijn gemaakt met de bestaande commerciële aanbieders van ligplaatsen teneinde valse concurrentie te voorkomen. Het tijdsverloop is ontleend aan artikel 9.03 lid 3 onder a B.P.R. De tussenperiode van 24 uur is opgenomen teneinde te voorkomen dat een passant voor een zeer korte tijdspanne de ingenomen ligplaats verlaat om daarop terug te keren en zodoende de bepaling te ontduiken. Deze periode is tweemaal zo lang als die, welke in het B.P.R. (artikel 9.03 lid 3 onder b) is opgenomen, om daarmee iedere vorm van valse concurrentie en zelfs de schijn daarvan uit te bannen.
Aan het college van burgemeester en wethouders is de bevoegdheid om ontheffing te verlenen toegedeeld. Op grond van het bepaalde in artikel 2 kan deze uitvoeringsmaatregel ook worden opgedragen aan de havenmeester. De ontheffingsmogelijkheid dient er bijvoorbeeld toe dat het mogelijk is dat een passant met een plezierjacht langer dan 3 maal 24 uren in de haven ligt in geval van zodanig slecht weer dat uitvaren voor de veiligheid van schip en/of bemannning onverantwoord zou zijn.
Artikel 5
het innemen van een ligplaats
Onderdeel van VERORDENING op het innemen van ligplaats en het gebruik van de Bataviahaven 2001