1 Geen vergoeding vindt plaats als in de vergunning een bepaling is opgenomen dat binnen een periode van vijf jaren na de datum van afgifte van de vergunning, een wijziging of intrekking van die vergunning is te voorzien in verband met binnen die periode uit te voeren werkzaamheden in de openbare ruimte waarin de kabel en/of leiding is gelegen en in deze periode daadwerkelijk een aanwijzing (voor het door de gemeente in de vergunning geplande project) door burgemeester en wethouders wordt gegeven.
2 Als de aanwijzing niet wordt gegeven binnen de periode van vijf jaren dan geldt de toepasselijke vergoeding zoals in deze regeling is opgenomen.
HOOFDSTUK 1
Artikel 10