aanbieder: natuurlijk persoon of rechtspersoon die jegens het college gehouden is een algemene voorziening of een maatwerkvoorziening te leveren.
aanvraag: verzoek om een maatwerkvoorziening van een belanghebbende aan het college waarop een besluit wordt gevraagd, nadat het onderzoek conform artikel 2.3.2 van de wet is afgerond binnen 6 weken, dan wel nadat door het college verzuimd is dit onderzoek binnen 6 weken af te ronden.
accommodatie voor beschermd wonen: een door de instelling bestemde ruimte voor het bieden van de noodzakelijke ondersteuning en bijbehorend toezicht, waaronder de ruimte die is bedoeld voor wonen. Onder noodzakelijk verblijf wordt de beschermende woonomgeving verstaan met (in overwegende mate) 24-uurs toezicht en beschikbaarheid van ondersteuning/begeleiding en zonodig hotelmatige diensten die door de instelling in de accommodatie wordt geboden.
algemeen gebruikelijke voorziening:voorziening die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking en die algemeen verkrijgbaar is en niet of niet veel duurder is dan vergelijkbare producten.
algemene voorziening: aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op het versterken van zelfredzaamheid en participatie, of op opvang.
belanghebbende (artikel 1:2, eerste lid, Awb): degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.
bijdrage: bijdrage als bedoeld in artikel 2.1.4, eerste lid, van de wet.
budgetplan: een overzicht van de door de cliënt voorgenomen besteding van het te verlenen persoonsgebonden budget waaruit blijkt dat de ondersteuning veilig, cliëntgericht en doeltreffend is.
budgetperiode: betalingsperiode van het persoonsgebonden budget (is gelijk aan de periode die het CAK hanteert voor inning van eigen bijdragen).
CAK: het Centraal Administratie Kantoor, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet langdurige zorg en artikel 1.1.1 van de Wmo.
cliënt: persoon die gebruik maakt van een algemene voorziening of aan wie een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget is verstrekt of door of namens wie een melding is gedaan als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid van de wet.
college: college van burgemeester en wethouders van Veenendaal of een door het college gemandateerde;
gebruikelijke hulp: hulp of inzet die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten.
gesprek: gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de Wmo.
hulpmiddel: roerende zaak die bedoeld is om beperkingen in de zelfredzaamheid of de participatie te verminderen of weg te nemen.
individuele ondersteuning: omvat activiteiten voor en met cliënten met beperkingen ten gevolge van een somatische, psychogeriatrische en/of psychiatrische aandoening en/of een verstandelijke en/of lichamelijke beperking en is gericht op het bevorderen, het behoud of het compenseren van zelfredzaamheid van de cliënt.
Ingezetene van Veenendaal: onder ingezetene van Veenendaal wordt voor de uitvoering van de Verordening en de nadere regels ook de ex-gedetineerde verstaan van wie duidelijk is dat hij zijn woonplaats in Veenendaal heeft, althans voor zover niet blijkt dat hij door zijn wil en daden zijn woonstede in Veenendaal heeft willen opgeven (BW 1: 10 en 1:11 )
Instelling: Volgens de Wet toelating zorginstellingen, een ziekenhuis of kleinschalig woonintiatief als bedoeld in de Regeling langdurige zorg of een organisatie die maatschappelijke ondersteuning, waaronder beschermd wonen, biedt in een door het college goedgekeurde accommodatie;
maatschappelijke ondersteuning:
bevorderen van de sociale samenhang, mantelzorg en vrijwilligerswerk, de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente, alsmede voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld;
zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronische psychische of psycho-sociale problemen;
bieden van beschermd wonen en opvang.
maatwerkvoorziening: op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen:
ten behoeve van zelfredzaamheid, daaronder begrepen kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger, het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen;
ten behoeve van participatie, daaronder begrepen het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen en andere maatregelen;
ten behoeve van beschermd wonen en opvang.
mantelzorg: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen of opvang rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep. Ook minder intensieve hulp, de hulp aan huisgenoten en de hulp aan instellingsbewoners zijn meegenomen. Mantelzorg is hulp die verder gaat dan de zogenoemde ‘gebruikelijke hulp’.
melding: melding aan het college als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de Wmo.
niet-professionele ondersteuner/ niet-professional: een niet-professionele ondersteuner is iemand die:
aan een ouder of familielid zorg levert, ook als diegene hiervoor gediplomeerd, BIG-geregistreerd is, of ingeschreven is bij de Kamer van Koophandel, of;
niet beschikt over een zogenaamde BIG-registratie, of over een inschrijving bij de Kamer van Koophandel.
ondersteuningsplan: een door de aanbieder van individuele- en groepsondersteuning, in overleg met de cliënt, opgesteld document waarin is aangegeven welke activiteiten worden uitgevoerd en welke doelen worden beoogd.
opvang (als bedoeld in de definitie van de Wmo): onderdak en begeleiding voor personen die de thuissituatie hebben verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor hun veiligheid, als gevolg van huiselijk geweld en die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving.
participatie: deelnemen aan het maatschappelijke verkeer.
persoonlijk plan: plan waarin de cliënt de omstandigheden, bedoeld in artikel 2.3.2, vierde lid onderdeel a tot en met g van de wet, beschrijft en aangeeft welke maatschappelijke ondersteuning naar zijn mening het meest is aangewezen.
persoonsgebonden budget (pgb): bedrag waaruit namens het college betalingen worden gedaan voor diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot een maatwerkvoorziening behoren, en die een cliënt van derden heeft betrokken.
persoonsgegevens, verwerking van persoonsgegevens, bestand, verantwoordelijke en bewerker: hetgeen daaronder wordt verstaan staat vermeld in artikel 1 van de Wet bescherming persoonsgegevens.
Respijtzorg – vervangende mantelzorg: Respijtzorg biedt mantelzorgers de mogelijkheid hun zorgtaken tijdelijk aan een ander over te dragen om overbelasting bij mantelzorgers te voorkomen of te verminderen en hij of zij even tijd voor zichzelf heeft. Daardoor kunnen zij de zorg beter volhouden.
verordening: Verordening maatschappelijke ondersteuning Veenendaal.
voorliggende voorziening: een voorziening anders dan ingevolge de wet, niet op grond van een wettelijke bepaling waarmee het resultaat geheel of gedeeltelijk bereikt kan worden.
voorziening: algemene voorziening of maatwerkvoorziening.
wet: Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015
wlz: Wet langdurige zorg, deze wet vervangt per 2015 de Algemene Wet Bijzondere ziektekosten (AWBZ).
woningaanpassing: bouwkundige of woontechnische ingreep in of aan een woonruimte.
zelfredzaamheid: in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden.
zvw: Zorgverzekeringswet.