De volgende woonvoorzieningen zijn mogelijk:
Niet-bouwkundige woonvoorzieningen, zoals douchehulpmiddelen, tilliften en trapliften.
Bouwkundige woningaanpassingen, zoals een verbouwing of aanbouw. Bij verbouwing of aanbouw gelden de volgende elementen:
De aanneemsom (hierin begrepen de loon- en materiaalkosten) voor het treffen van de voorziening. Indien de voorziening door de bewoner(s) zelf wordt getroffen dan vervalt de post loonkosten en komen alleen de materiaalkosten voor vergoeding in aanmerking.
De risicoverrekening van loon- en materiaalkosten, met inachtneming van het bepaalde in de risicoregeling woning- en utiliteitsbouw (RWU 1991).
Het architectenhonorarium tot ten hoogste 10 procent van de aanneemsom (inclusief BTW) voor zover het noodzakelijk is dat een architect voor de woningaanpassing wordt ingeschakeld.
De leges voor de bouwvergunning, voor zover de bouwvergunning betrekking heeft op het treffen van de voorziening.
De verschuldigde en niet verrekenbare of terugvorderbare omzetbelasting.
De door burgemeester en wethouders (schriftelijk) goedgekeurde kostenverhogingen, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzien hadden kunnen zijn.
De kosten in verband met noodzakelijk en technisch onderzoek en adviezen met betrekking tot het verrichten van de aanpassing.
De kosten van (her)aansluiting op de openbare nutsvoorziening.
Het aantal m2 verhard pad tussen de openbare weg en de plaats waar toegang is tot de aangebrachte voorziening;
dit alles is op basis van individueel maatwerk, uitgaande van de individuele situatie.
Bezoekbaar / logeerbaar maken van een woning.
Een woonvoorziening kan getroffen worden voor de meerkosten van het bezoekbaar/logeerbaar maken van één woonruimte indien de aanvrager zijn hoofdverblijf heeft in een Wlz-instelling.
Het bedrag dat verstrekt wordt bij het bezoekbaar maken van een woning voor een cliënt die in een instelling verblijft en die de indicatie voor langdurig verblijf heeft verzilverd betreft maximaal € 2.900,-.
Het bedrag dat verstrekt wordt bij het logeerbaar maken van een woning voor een cliënt die in een instelling verblijft en die de indicatie voor langdurig verblijf heeft verzilverd betreft maximaal € 5.676,8
Verhuizen: indien het college vaststelt dat een cliënt in verband met zijn beperkingen het beste kan verhuizen naar een geschikte woning, omdat de bestaande woning niet of moeilijk aangepast kan worden of de kosten hiervoor te hoog zijn, kan een verhuisvergoeding van maximaal € 2.850,- verstrekt worden.
Hoofdstuk 3.
Artikel 4-