Bij toekenning van de in artikel 2 genoemde voorzieningen wordt bij de wijze van vaststelling van de hoogte van de vergoeding een onderscheid gemaakt tussen vooraf genormeerde bedragen en bedragen gebaseerd op de feitelijke voorziene kosten per voorziening.
Voor voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1 en 2, wordt de vergoeding vastgesteld overeenkomstig de in bijlage IV opgenomen normbedragen. De normvergoeding is het maximaal te vergoeden bedrag (plafond). Indien het investeringsbedrag lager is dan de normvergoeding zal alleen het investeringsbedrag worden vergoed, tenzij anders overeengekomen;
Voor andere voorzieningen dan bedoeld in het eerste lid wordt de vergoeding vastgesteld op de feitelijke kosten;
De vergoeding voor een voorbereidingskrediet als bedoeld in artikel 3 wordt vastgesteld op 10% van het geraamde investeringsbedrag;
De vergoeding van de feitelijke kosten als bedoeld in artikel 4, tweede lid, wordt gebaseerd op de door het college goedgekeurde offerte en verhoogd 8 % incl. BTW voor de kosten van technische advisering;
Als het bevoegd gezag het bouwheerschap uitvoert zal op het moment dat het college de te realiseren voorziening op het programma heeft geplaatst aanvullend op de normvergoeding 8% incl. BTW van het investeringsbedrag worden overgemaakt aan het bevoegde gezag voor de kosten van de bouwbegeleiding.
Hoofdstuk 1.
Artikel 4.
Vaststellen vergoeding voorzieningen
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Drechterland 2016