Naar hoofdinhoud
1.. Een vergunning, genoemd in artikel 3, derde lid, aanhef en onder f, van de verordening, kan worden verleend aan een bedrijf of uitoefenaar van een zelfstandig beroep en een vergunning, genoemd in genoemd in artikel 3, derde lid, aanhef en onder i, kan worden verleend aan een non-profit instelling, indien: deze in het handelsregister van de Kamer van Koophandel is geregistreerd; het vestigingsadres in het gebied met parkeerregulering ligt waarvoor de vergunning wordt gevraagd; de aanvrager aantoont dat voor een goede bedrijfsvoering c.q. beroepsuitoefening het voor ambulante werknemers noodzakelijk is het motorvoertuig in desbetreffend gebied te parkeren, en het motorvoertuig waarvoor de vergunning wordt aangevraagd tenminste 20 keer per week, niet meegerekend de woon-werkverplaatsingen, wordt gebruikt ten behoeve van de bedrijfsvoering c.q. beroepsuitoefening. 2.. Per vestigingsadres van een bedrijf worden maximaal twee parkeervergunningen verleend. 3.. In bijzondere gevallen, mits het algemeen belang niet ernstig benadeeld wordt, en nadat is aangetoond dat het gebruik van twee parkeervergunningen onvoldoende is voor een behoorlijke beroeps- c.q. bedrijfsuitoefening kan van het voorgaande onder lid twee worden afgeweken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel