De medewerker is verplicht, onverminderd het recht op bezwaar en beroep, een passende functie die hem met inachtneming van de plaatsingsprocedure is toegewezen, te aanvaarden.
Wanneer de medewerker na herhaald en zorgvuldig overleg weigerachtig is ten aanzien van aanvaarding van een passende functie kan de werkgever overgaan tot ontslag. Daarbij kan de werkgever melding maken bij de instelling die de Werkloosheidswet uitvoert, dat de betreffende medewerker weigert een passende functie te aanvaarden.
Indien binnen een jaar na plaatsing van de medewerker in een passende functie blijk voor hem niet passend is - waarbij de oorzaak niet is gelegen in de houding van de medewerker - wordt de medewerker boventallig verklaard. Voor het overige gelden de bepalingen als opgenomen in hoofdstuk 4, 5, 6, 8 en 9 en zijn onverkort van toepassing.
Indien een boventallig verklaarde medewerker wordt geplaatst op een passende functie en binnen een jaar na plaatsing blijkt dat de functie voor hem niet passend is - waarbij de oorzaak niet is gelegen in de houding van de medewerker - herleeft het van werk naar werk-traject. Van de duur van het werk naar werk-traject wordt de periode afgetrokken dat de medewerker al gebruik heeft gemaakt van een van werk naar werk-traject. Het van werk naar werk-traject duurt dan ook maximaal driejaar. Voor het overige gelden de bepalingen als opgenomen in hoofdstuk 4, 5, 6, 8 en 9 en zijn onverkort van toepassing.
Hoofdstuk 3
Artikel 3:11
Verplichting medewerker
Onderdeel van Sociaal statuut van de gemeente Tilburg 2018