Naar hoofdinhoud

Artikel 14.

Afwijken van bepalingen

Onderdeel van Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Epe

De verordening leerlingenvervoer kent een hardheidsclausule (artikel 23). Dat betekent dat in gevallen die niet in de verordening zijn geregeld en waarin deze tot kennelijk onbillijke situaties zou leiden er met een beroep op deze bepaling alsnog bekostiging voor leerlingenvervoer kan worden verleend. Toepassing van de hardheidsclausule is bedoeld voor echt uitzonderlijke situaties omdat het overgrote deel van de voorkomende situatie in de verordening is geregeld. Ook van de beleidsregels zelf kan worden afgeweken. Dit geldt dan eveneens voor situaties waarin de toepassing van de beleidsregels tot een kennelijke onbillijke uitkomst zou leiden. In deze beleidsregels is bepaald dat de hardheidsclausule in een aantal situaties niet zal worden toegepast. Met nadruk staat er dat dit geldt indien er sprake is van de genoemde omstandigheden. De reden daarvan is dat ouders die geen aanspraak maken op leerlingenvervoer in eerste instantie zelf verantwoordelijk zijn voor het vinden van een oplossing voor het schoolvervoer wegens werk of opleiding. De genoemde omstandigheden kunnen wel in combinatie met andere relevante omstandigheden aanleiding zijn voor het toepassen van de hardheidsclausule. De hardheidsclausule van artikel 23 van de verordening wordt niet toegepast als er alleen sprake is van de omstandigheid dat ouders/verzorgers wegens werkzaamheden of andere bezigheden de leerling niet naar school kunnen brengen. Dit is conform de jurisprudentie op het gebied van leerlingenvervoer. Ter voorkoming van (ongewenste) precedentwerking dient de toepassing van de hardheidsclausule te worden onderbouwd met argumenten die betrekking hebben op de specifieke, concrete situatie van de leerling of ouders/verzorgers van een leerling. Besluitvorming over toepassing van de hardheidsclausule gebeurt alleen na advies van externe deskundigen (o.a. leerplichtambtenaar, CJG)

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel