Naar hoofdinhoud
1.. De functies worden organiek generiek beschreven. Organiek wil zeggen dat de beschrijvingen niet als afgebakende werkinstructies dienen; de inhoud van de functies wordt op hoofdlijnen beschreven en gebaseerd op de door de organisatie gewenste situatie. Generiek betekent dat functies die horizontaal in de organisatie op meer plaatsen voorkomen in één beschrijving worden gegoten. 2.. Indien werkzaamheden van functies zo uniek zijn dat ze niet passen in een organieke generieke beschrijving wordt de functie organiek specifiek beschreven. 3.. De volgende elementen komen in de functiebeschrijving voor: plaats in de organisatie: geeft inzicht in de organisatorische positionering van de functie in de organisatie; doel van de functie: betreft de bestaansreden van de functie en is afgeleid van de doelstellingen van de organisatie. Het doel van de functie sluit logisch aan op het doel, zoals omschreven voor de naast hogere functie; kerntaken: betreft het samenhangend geheel van kernactiviteiten die binnen bepaalde kaders moeten worden uitgevoerd, teneinde geformuleerde resultaten te kunnen bereiken; contacten: geeft zowel aan of er sprake is van interne en/of externe contacten als de aard van de contacten; werk- en denkniveau: betreft het werk- en denkniveau dat benodigd is voor de functie (VMBO, MBO, HBO, academisch, postacademisch) alsmede het ervaringsniveau benodigd voor de functie (tot één jaar, één tot twee jaar, twee tot vier jaar en vier tot zeven jaar); competenties: betreft vereiste eigenschappen en kwaliteiten, beschreven in gedragsmatige termen, die nodig zijn om de functie te kunnen vervullen en de organisatiedoelen te realiseren. 4.. De wijze van beschrijven sluit aan op de gekozen functiewaarderingssystematiek, zoals beschreven in hoofdstuk zes van deze regeling.

Rechtspraak bij dit artikel