Naar hoofdinhoud
1.. De ambtenaar wordt ten behoeve van de uitoefening van zijn betrekking een kledingtoelage toegekend overeenkomstig tabel 2 van artikel 5 van deze regeling, indien hierin niet op andere wijze wordt voorzien. 2.. De toelage wordt maandelijks, telkens voor een twaalfde deel, uitbetaald. 3.. Bij indiensttreding in de loop van het kalenderjaar wordt de toelage voor elke maand in het betreffende kalenderjaar vastgesteld op een twaalfde gedeelte van het vastgestelde bedrag. Een gedeelte van de maand geldt daarbij voor een hele maand. 4.. Het diensthoofd ziet er op toe dat doelmatige en in goede staat verkerende werkkleding gedragen wordt en dat deze behoorlijk wordt onderhouden en schoongehouden. Indien niet aan deze eisen wordt voldaan, kan het diensthoofd de vereiste werkkleding aanschaffen dan wel laten herstellen op kosten van de betreffende ambtenaar. 5.. De ambtenaar dient de werkkleding waarvoor hij een kledingtoelage ontvangt behoorlijk te onderhouden en schoon te houden. De benodigde stof, uniformknopen, onderscheidingstekens en dergelijke die voortvloeien uit niet aan de ambtenaar te wijten slijtage worden op declaratiebasis vergoed.

Rechtspraak bij dit artikel