De omschrijving van ‘zelfredzaamheid’ bevat twee elementen:
het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen;
het voeren van een gestructureerd huishouden.
Voor de zelfredzaamheid van mensen zijn de volgende algemene dagelijkse levensverrichtingen van belang:
In en uit bed komen;
Aan- en uitkleden;
Bewegen;
Lopen;
Gaan zitten en weer opstaan;
Lichamelijke hygiëne;
Toiletbezoek;
Eten en drinken;
Medicijnen innemen;
Sociaal contact.
Soms bestaat ook behoefte aan aanvullende ondersteuning bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen, zoals een aansporing om onder de douche te gaan. De ondersteuning die niet ingegeven is door een behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop, valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Het gaat meestal om de ondersteuning en begeleiding bij het laten uitvoeren van deze ‘algemene dagelijkse levensverrichtingen’ door de cliënt zelf.
Ondersteuning met het oog op het voeren van een gestructureerd huishouden omvat bijvoorbeeld:
Hulp bij contacten met officiële instanties;
Hulp bij het aanbrengen van structuur in het huishouden;
Hulp bij het leren om zelfstandig te wonen;
Hulp bij het omgaan met onverwachte gebeurtenissen die de dagelijkse structuur doorbreken;
Hulp bij het omgaan met geld.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 2.1.1
Zelfredzaamheid
Onderdeel van Uitvoeringsregels Wet maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp 2018, eerste wijziging