Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.3

Artikel 3.3.3

Criteria

Onderdeel van Uitvoeringsregels Wet maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp 2018, eerste wijziging

Als jeugdigen/ouders gebruik kunnen maken van gebruikelijke hulp, hulp vanuit het sociale netwerk, een algemene voorziening of andere voorziening hoeft geen individuele voorziening verstrekt te worden. Uit de Jeugdwet volgt dat het college geen voorziening voor jeugdhulp hoeft te verstrekken voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige of zijn ouder(s) toereikend zijn (artikel 2.3 lid 1 Jeugdwet). In de Verordening jeugdhulp gemeente Westerwolde 2018 is vastgelegd dat onder ‘eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen’ onder andere wordt verstaan de gebruikelijke hulp die ouders geacht worden hun kinderen te bieden. Jeugdhulp kan alleen worden toegekend voor hulp die als meer dan gebruikelijk, ofwel bovengebruikelijk, kan worden beschouwd. Ouders hebben een zorgplicht voor hun kinderen, zowel bij gezondheid als ziekte. Zij dienen te zorgen voor opvoeding van hun kinderen, het geestelijke en lichamelijke welzijn en het bevorderen van de ontwikkeling van hun persoonlijkheid. Bij uitval van één van de ouders, dient de andere ouder de zorg voor de kinderen over te nemen. Hierbij dienen zij zelf naar oplossingen voor problemen in de zorg te zoeken. Zorgverlof, mantelzorg of andere voorliggende voorzieningen als kinderopvang, kunnen een oplossing bieden. Indien deze zorg niet realiseerbaar is dan kan een individuele voorziening op grond van de Jeugdwet toegekend worden. Bij gebruikelijke hulp wordt een onderscheid gemaakt in kortdurende en langdurige situaties. Kortdurend: er is uitzicht op herstel van het gezondheidsprobleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de jeugdige. Het gaat hierbij over het algemeen over een periode van maximaal 3 maanden; Langdurig: het gaat om chronische situaties waarbij naar verwachting de zorg langer dan 3 maanden nodig zal zijn. In kortdurende zorgsituaties kan van ouders of andere verzorgers/opvoeders worden verwacht dat ze alle persoonlijke verzorging en begeleiding zelf bieden. Dit betreft gebruikelijke hulp. Alleen in langdurige zorgsituaties kan derhalve sprake zijn van bovengebruikelijke hulp waarvoor het college jeugdhulp moet inzetten. Dat sprake is van een langdurige zorgsituatie kan al vanaf het begin duidelijk zijn. Er hoeft dan dus niet eerst 3 maanden te worden ‘gewacht’ alvorens het college jeugdhulp in kan zetten. Als een kind van 12 jaar of ouder aangeeft dat het geen persoonlijke verzorgende handelingen van de ouder wil hebben, dan wordt deze zorg als substantieel meer zorg gezien en kan volledig geïndiceerd worden. Het bieden van een beschermende woonomgeving van ouders aan jeugdigen is tot een leeftijd van 17 jaar gebruikelijke hulp. Van ouders of verzorgers/opvoeders kan (tot een leeftijd van 17 jaar) worden verwacht dat ze een woonomgeving bieden waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en waarin een passend pedagogisch klimaat wordt geboden. Ook als sprake is van een jeugdige met een ziekte, aandoening of beperking. Jeugdigen vanaf 17 jaar die vanwege hun aandoening, stoornissen en beperkingen nog niet in staat zijn zelfstandig te wonen, maar dat wel kunnen leren, kunnen onder omstandigheden wel in aanmerking komen voor verblijf in een beschermende woonomgeving op grond van de Jeugdwet. Met als doel om zich verder te ontwikkelen naar zelfstandig wonen. Kan een jeugdige niet bij (een van) de ouder(s) wonen vanwege de onmogelijkheden van de ouder(s)s om een veilig thuis te bieden, dan kan verblijf bij pleegouders, een gezinshuis of een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder aan de orde zijn. Om vast te stellen welke hulp bovengebruikelijk is, beoordeelt het college welke hulp uitgaat boven de hulp die een jeugdige van dezelfde leeftijd zonder beperkingen redelijkerwijs nodig heeft. Hieronder zijn richtlijnen opgenomen van gebruikelijke hulp van ouders voor jeugdigen zonder beperkingen. Bij de beoordeling welke hulp hier bovenuit gaat, betrekt het college een aantal factoren (a t/m d hieronder). Het is van belang dat deze factoren telkens in samenhang worden beoordeeld, rekening houdend met de omstandigheden van de jeugdige en het gezin. Zo kan een zorghandeling die naar zijn aard en omvang voor een kind van een bepaalde leeftijd gebruikelijk is, in een individuele situatie veel vaker voorkomen (frequentie). Of veel meer tijd kosten (tijdsomvang). Waardoor deze zorg niet geheel als gebruikelijk kan worden aangemerkt. Bij de beoordeling van gebruikelijke hulp wordt rekening gehouden met verschillen die tussen jeugdigen in dezelfde leeftijdscategorie bestaan. Ook bij gezonde jeugdigen van dezelfde leeftijd kan de ene jeugdige meer zorg nodig hebben dan de andere. Het ene kind is nu eenmaal ‘gemakkelijker’ of sneller zelfstandig dan het andere kind. Voor zorghandelingen die de jeugdige zelfstandig kan uitvoeren, hoeft geen hulp te worden toegekend. Gebruikelijke hulp bij kinderen kan ook handelingen omvatten die niet standaard bij alle kinderen voorkomen. Het gaat dan om handelingen die een gebruikelijke hulp-handeling vervangen, zoals het geven van sondevoeding in plaats van eten. Of om handelingen die in samenhang met reguliere zorgmomenten kunnen worden geboden, zoals het geven van medicijnen. Zorghandelingen die meelopen in het normale patroon van dagelijkse zorg voor een kind, zoals 3 keer eten per dag, kunnen als gebruikelijke hulp worden aangemerkt. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met die zorgsituaties waarbij ouders voortdurend in de nabijheid moeten zijn om onplanbare zorg en toezicht te leveren vanwege de (chronische) aandoening, stoornissen en beperkingen van het kind. De omvang van de tijd die met de zorghandelingen is gemoeid, kan meebrengen dat niet langer van gebruikelijke hulp sprake is. Bij het onderzoek naar de gebruikelijke hulp moet het college vaststellen of degene waarvan gebruikelijke hulp wordt verwacht ook in staat is om deze gebruikelijke hulp te bieden, of dat sprake is van (dreigende) overbelasting. Er moet aandacht zijn voor de draaglast en draagkracht van de ouder of verzorger/opvoeder. Het college moet bekijken of hij/zij naast zijn of haar werk en de te verlenen zorg fysiek en psychisch nog in staat is de gebruikelijke hulp te verlenen. Als dat niet het geval is en er sprake is van (dreigende) overbelasting, zal het college (tijdelijk) een voorziening moeten verstrekken. In eerste instantie zal die voorziening van korte duur zijn om de gelegenheid te bieden de (onderlinge) taakverdeling aan de ontstane situatie aan te passen. Het ministerie heeft richtlijnen opgesteld ten aanzien van gebruikelijke hulp van ouders voor kinderen met een normaal ontwikkelingsprofiel bij verschillende leeftijden. Deze richtlijnen moeten altijd toegepast worden op de specifieke situatie. Kinderen van 0 tot 3 jaar hebben volledige Persoonlijke Verzorging (PV) en Begeleiding (BG) van een ouder nodig. Boven gebruikelijke PV en BG bij kinderen tot 3 jaar komt daarom zelden voor. Kinderen van 3 tot 5 jaar: Kunnen niet zonder toezicht van volwassenen; Hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling; Kunnen zelf zitten, en op gelijkvloerse plaatsen zelf staan en lopen; Ontvangen zindelijkheidstraining van ouders/verzorgers; Hebben gedeeltelijk hulp en volledig stimulans en toezicht nodig bij aan- en uitkleden, eten en wassen; Hebben hulp nodig bij in- en uit bed komen, dag- en nachtritme en dagindeling bepalen; Hebben begeleiding nodig bij hun spel en vrijetijdsbesteding; Zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te begeven. Kinderen van 5 tot 12 jaar: Hebben een regulier dagbesteding op school, oplopend van 22 tot 25 uur per week; Kunnen niet zonder toezicht van volwassenen; Hebben toezicht nodig en nog maar weinig hulp bij hun persoonlijke verzorging; Hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling; Zijn overdag zindelijk, en 's nachts merendeels ook; ontvangen zo nodig zindelijkheidstraining van de ouders/verzorgers; Hebben begeleiding van een volwassene nodig in het verkeer wanneer zij van en naar school of activiteiten ter vervanging van school gaan; Kinderen van 12 tot 18 jaar: Hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassen; Kunnen vanaf 16 jaar dag en nacht alleen gelaten worden; Kunnen vanaf 18 jaar zelfstandig wonen; Hebben bij hun persoonlijke verzorging geen hulp en maar weinig toezicht nodig; Hebben tot 18 jaar een reguliere dagbesteding op school/opleiding; Hebben begeleiding en stimulans nodig bij ontplooiing en ontwikkeling (bijvoorbeeld huiswerk of het zelfstandig gaan wonen). Hulp vanuit het sociaal netwerk is hulp die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, door personen uit diens directe omgeving zonder directe familierelatie, waarbij de zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie (vriend of kennis) zonder gezamenlijk huishouding. Hulp vanuit het sociaal netwerk vindt plaats op basis van vrijwilligheid. Hulp vanuit het sociaal netwerk kan gebruikelijke hulp zijn, maar het kan ook de normale (gebruikelijke) hulp in zwaarte en duur en/of intensiteit aanmerkelijk overschrijden. Hulp vanuit het sociaal netwerk is niet afdwingbaar waardoor voor de hulp die door de persoon uit het sociaal netwerk geboden wordt ook aanspraak op grond van de Jeugdwet kan bestaan. Dit is het geval wanneer de persoon uit het sociaal netwerk de hulp (tijdelijk) niet meer kan of wil verlenen. Een algemene voorziening is een aanbod van hulp, ondersteuning of zorg dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op jeugdhulp. Voorbeelden van algemene voorzieningen zijn Opvoed- en opgroeiondersteuning in de vorm van advies en informatie (dit valt onder de Jeugdwet); Licht ambulante hulp zoals opvoedkundige cursussen en trainingen (dit valt onder de Jeugdwet). Voorbeelden hiervan zijn: Jeugdgezondheidszorg; Schoolmaatschappelijk werk; Algemeen maatschappelijk werk; Openbaar vervoer; Onderwijs; Kinderopvang, buitenschoolse opvang; Buurthuizen, jeugdcentra; Jeugdwelzijnswerk en jongerenwerk; Rolstoel uitleen voor incidentele situaties; Voorzieningen voor ontspanning, sport/bewegen, kunst en cultuur; Voor- en vroegschoolse voorzieningen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel