Wanneer de cliënt aanspraak kan maken op zorg vanuit de Zvw waarmee de cliënt in zijn behoefte op het gebied van maatschappelijke ondersteuning wordt voorzien, dan hoeft de gemeente in het kader van de eigen kracht geen maatwerkvoorziening op grond van de Wmo te verstrekken. Het uitgangspunt is dan dat de cliënt op eigen kracht het probleem op kan lossen, namelijk door zijn aanspraak op grond van de andere wet tot gelding te brengen.
De gemeente kan dan verwijzen naar de Zvw.
Voor de afbakening tussen de Wmo en Zvw met betrekking tot de persoonlijke verzorging is bepalend of er sprake is van een behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop. De wijkverpleegkundige beoordeelt of er sprake is van een behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop. Wanneer de behoefte aan persoonlijke verzorging samenhangt met de behoefte aan begeleiding bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) valt de persoonlijke verzorging onder de Wmo. Dit geldt ook voor de Jeugdwet, zie punt 1.2.5.
Hoofdstuk 1 › Paragraaf 1.2
Artikel 1.2.3
Afbakening Wmo met de Zorgverzekeringswet (Zvw)
Onderdeel van Uitvoeringsregels Wet maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp 2018, eerste wijziging