Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen ten gunste van de klant afwijken van de bepalingen in deze beleidsregels, indien toepassing van de beleidsregels tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.
Het uitgangspunt is steeds dat de beleidsregels voor een ieder leidend zijn en dat - uitsluitend indien naar het oordeel van Burgemeester en wethouders onbillijke of onredelijke situaties ontstaan door toepassing van de bepalingen in deze beleidsregels - ten gunste van de klant kan worden afgeweken van deze beleidsregels.
Hoofdstuk
Artikel 14: