Naar hoofdinhoud
In aanvulling op artikel 5, tweede lid, van de ASA 2013 worden bij de subsidieaanvraag de volgende gegevens en stukken overgelegd: Een beschrijving van het buitenschoolse cultuureducatieve programma, waarin een toelichting wordt gegeven op de volgende onderdelen: de inhoud van het programma; de wijze van voortzetting en doorontwikkeling van het programma voor het PO of de brugjaren van het VO in de buurt van de doelgroep of indien het een programma betreft gericht op het SO of VSO, de bereikbaarheid van de activiteit voor de leerlingen en hun ouders; het beoogde aantal deelnemers en het percentage daarvan dat komt uit huishoudens met inkomens tot 120% van het WSM inclusief een toelichting op een eventuele wijziging ten opzichte van de aanvraag in het schooljaar 2017-2018; de beoogde aansluiting van het programma bij de brede persoonlijke ontwikkeling van leerlingen; de wijze van samenwerking met relevante partijen uit het culturele veld, onderwijs en welzijn met het doel om gezamenlijk het programma te ontwikkelen; de reden waarom de financiële en inhoudelijke borging van het programma na het schooljaar 2017-2018 nog onvoldoende gestalte heeft gekregen, waardoor subsidie voor het komende jaar nog noodzakelijk is; de financiële en inhoudelijke borging van het programma na afsluiting van de gesubsidieerde periode. Een sluitende begroting waarin in ieder geval zichtbaar worden de volgende kostenposten: doorontwikkelkosten gericht op borging van het programma; uitvoeringskosten uitgesplitst naar overhead, huurprijs leslocatie en kosten van de vakdocenten per uur. Informatie, waaruit blijkt of de aanvrager voor de uitvoering van dezelfde activiteiten tevens bij een andere organisatie een subsidie of financiële ondersteuning heeft aangevraagd en voor welk bedrag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel