De centrumgemeente stelt vast of de cliënt tot de doelgroep behoort waarvoor de maatwerkvoorziening beschermd wonen is bedoeld. Dit gebeurt aan de hand van de volgende criteria.
Beschermd wonen wordt niet toegekend wanneer de problemen die de cliënt ondervindt in het zich zelfstandig handhaven in de samenleving op te lossen zijn:
met een andere (voorliggende) voorziening, die onder meer gegrond kan zijn op de Zorg-verzekeringswet, Jeugdwet, de Wet langdurige zorg of het bij koninklijke boodschap van 4 juni 2010 ingediende voorstel van een Wet forensische zorg (Kamerstukken 32 398), of
op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, mantelzorg, hulp van andere personen uit het sociale netwerk, gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen, algemene voorzieningen of voorliggende voorzieningen, (para)medische zorg of door extramurale begeleiding.
Toelating tot beschermd wonen is aan de orde mits de volgende criteria van toepassing zijn:
de cliënt is 18 jaar of ouder en kan zich niet zelfstandig handhaven in de samenleving, wat niet is op te lossen door maatregelen zoals genoemd in het eerste lid;
de psychiatrische aandoening of beperking is vastgesteld door een ter zake kundige (zoals een arts, psychiater, gz-psycholoog of verpleegkundig specialist);
(intramurale) behandeling voor de psychiatrische aandoening of beperking is afgerond of staat niet meer op de voorgrond, wel op de voorgrond staat de op de mogelijkheden van de cliënt gebaseerde en op participatie gerichte ondersteuning vanuit de beschermde woonvorm;
noodzakelijk is verblijf in een instelling met daarbij behorende samenhangende onder-steuning: voortdurend in de nabijheid of 24 uur per dag toezicht en intensieve (on)geplande dagelijkse begeleiding, en
de cliënt accepteert een begeleidings- of ontwikkelingstraject dat met inachtneming van diens mogelijkheden gericht is op het realiseren van een situatie waarin hij in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving.
In een spoedeisend geval als bedoeld in artikel 2.3.3 van de Wmo 2015 kan de cliënt die in het bezit is van een indicatie voor beschermd wonen, voor de duur van het onderzoek naar een definitieve plaatsing door de centrumgemeente worden geplaatst in een beschermde woonvorm.
Hoofdstuk 4
Artikel 21