Naar hoofdinhoud
Uitgangspunt is dat de vertegenwoordiger niet zelf de budgethouder ondersteunt. In bepaalde situaties kunnen deze rollen toch door één en dezelfde persoon vervuld worden, namelijk in geval ouders of partner deze rol vervullen. Op basis van de individuele situatie wordt beoordeeld of er sprake is van onwenselijke vermenging van rollen. De houder van een persoonsgebonden budget mag vanuit het budget de volgende uitgaven doen: alle bijkomende kosten voor de zorgverleners, zoals de werkgeverslasten voor zorgverleners met een arbeidsovereenkomst en wettelijk toegestane vergoedingen, zoals reiskostenvergoedingen voor woon-werkverkeer, verlofregelingen en pensioenvoorziening; vervoerskosten, maar alleen als er een beschikking is voor begeleiding in dagdelen (dagopvang), samen met een indicatie voor vervoer van en naar de plek waar die begeleiding geboden wordt; eenmalige uitkering: als een persoonsgebonden budget wordt beëindigd omdat de budgethouder is overleden of omdat de budgethouder wordt opgenomen in een zorginstelling, heeft de zorgverlener recht op een eenmalige uitkering voor zover er nog budget is. De houder van een persoonsgebonden budget mag vanuit het budget in ieder geval de volgende uitgaven niet doen: kosten voor bemiddeling; kosten voor het voeren van de administratie van het persoonsgebonden budget; kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van het persoonsgebonden budget; kosten voor eigen bijdrages; contributie voor het lidmaatschap van Per Saldo, kosten voor het volgen van cursussen over het persoonsgebonden budget, kosten voor het bestellen van informatiemateriaal; kosten voor huur van een woning; alle zorg en ondersteuning die onder een voorliggende voorziening vallen; alle zorg en ondersteuning die onder een algemene voorziening of een algemeen gebruikelijke voorziening vallen; alle zorg en ondersteuning die wordt ingekocht in of verstrekt door landen buiten de EU.

Rechtspraak bij dit artikel