Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.5

Artikel 3.5.2

Resultaten begeleiding

Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Oosterhout 2017

Het hoofdresultaat van de voorziening begeleiding is: “Het hebben van regie en structuur in het dagelijks leven”. Binnen dit resultaatgebied zijn 5 sub-resultaten te onderscheiden: Sociaal en persoonlijk functioneren: de inwoner heeft een gezond sociaal netwerk en vervult daarbinnen een passende sociale rol; de inwoner is in staat een beroep te doen op personen in zijn/haar sociaal netwerk; de inwoner kan eigen problematiek in relatie tot sociaal netwerk hanteren; de inwoner heeft het vermogen tot sociaal functioneren in de dagelijkse leefsituaties, zoals thuis, in relatie met familie en andere sociale contacten; de inwoner is in staat oplossingsgericht en situatie adequaat te handelen. Financiën/administratie op orde: de inwoner kan omgaan met geld en heeft een gezond bestedingspatroon; de inwoner heeft overzicht van administratie/administratie op orde; de inwoner betaalt tijdig de rekeningen; de inwoner is bij schuldenproblematiek in staat om dit kenbaar, beheersbaar te maken. Zelfzorg en gezondheid: de inwoner is in staat zich zelf te verzorgen; de inwoner draagt schone kleding; de inwoner neemt de medicatie op tijd in; de inwoner komt afspraken met zorgprofessionals na; de inwoner is in staat de algemene handelingen voor het functioneren in de dagelijkse leefsituaties uit te voeren. Regie bij het voeren van een huishouden: de inwoner heeft inzicht in de huishoudelijke taken die uitgevoerd moeten worden; de inwoner kan prioritering aanbrengen bij het uitvoeren van de belangrijke huishoudelijke taken; de inwoner heeft structuur bij het voeren van een huishouden. Hebben van een zinvolle dag invulling: de inwoner heeft een zinvolle dagbesteding, gericht op behoud of ontwikkeling van vaardigheden; de inwoner heeft een evenwichtig dag-nacht ritme en een wekelijkse structuur; de inwoner vormt geen overlast. Bij het vaststellen van de sub-resultaten dient beoordeeld te worden of de begeleiding gericht is op het overnemen van taken of op het aanleren van vaardigheden teneinde de zelfredzaamheid daadwerkelijk te vergroten. Indien de inwoner niet leerbaar is heeft de begeleiding tot doel de situatie stabiel te houden of niet te laten verslechteren. Als een inwoner de vaardigheden mist om bepaalde taken en activiteiten zelfstandig uit te voeren, maar wel leerbaar is dient de begeleiding aantoonbaar aan de gestelde doelen te werken. Daarnaast wordt in de afweging gebruik gemaakt van de systematiek van de piramide eigen kracht. Ten aanzien van de eigen kracht kan bezien worden of de inwoner bepaalde zaken anders kan organiseren of inrichten of vaardigheden kan aanleren. Denk hierbij aan het hanteren van een duidelijke vaste structuur in dagelijks terugkomende taken of het gebruik maken van een kalender voor de dag/weekplanning. Om deze zaken op te pakken of aan te leren kan (tijdelijk) ondersteuning van buitenaf nodig zijn. Van huisgenoten wordt in sommige situaties verwacht dat zij bepaalde taken van elkaar overnemen. Zo is het gebruikelijk dat huisgenoten de administratie of de schoonmaakwerkzaamheden van elkaar overnemen als iemand dit vanwege beperkingen niet meer kan. Dit noemen we gebruikelijke hulp. Wat onder gebruikelijke hulp valt staat uitgewerkt in bijlage 4.

Rechtspraak bij dit artikel