Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Afdeling 3.

Artikel 4:10

Definities

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Someren 2018

In deze afdeling wordt verstaan onder: houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen; hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen. dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de houtopstand; bebouwde kom Boswet: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Boswet; bomenlijst: lijst zoals bedoeld in artikel 4:10a waarop de beschermwaardige bomen en gebieden staan vermeld binnen de bebouwde kom. In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben. Artikel 4:10a Afstand bomen tot erfgrens De afstand tot de erfgrens, als bedoeld in artikel 5:42 van het Burgerlijk Wetboek, wordt vastgesteld op: nihil voor bomen, heesters en heggen op openbaar terrein; 2,0 meter voor bomen en nihil voor heesters en heggen in privaat eigendom. In afwijking van het bepaalde in lid 1 onder b wordt de afstand tot de erfgrens voor leibomen in privaat eigendom vastgesteld op 0,5 meter onder de voorwaarde dat de bomen vanaf eigen perceel gesnoeid moeten kunnen worden en er geen sprake mag zijn van overhangende taken over de perceelgrens. Artikel 4:10b Gemeentelijke lijst van beschermwaardige bomen en gebieden Het college stelt een gemeentelijke lijst vast van beschermwaardige bomen en gebieden en kan daarin ambtshalve of op verzoek van belanghebbenden wijzigingen aanbrengen. Houtopstanden, die na plaatsing op de gemeentelijke lijst worden geveld, worden door het college van deze lijst afgevoerd. Op het moment van inwerkingtreding van het bepaalde in lid 1 blijft de reeds bij eerder besluit vastgestelde bomenlijst van kracht als ware deze vastgesteld door het college. Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag houtopstand te vellen of te doen vellen. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor: wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit populieren of wilgen, tenzij deze zijn geknot; vruchtbomen en windschermen om boomgaarden met uitzondering van hoogstam; fijnsparren, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen; kweekgoed; houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld; houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen is buiten de bebouwde kom Boswet, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die: ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are; ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend over het totale aantal rijen; houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantengezondheidswet of krachtens een aanschrijving of last van het college, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 4:11d; houtopstand, gelegen binnen de bebouwde kom, voor zover er geen sprake is van een vermelding op de bomenlijst; houtopstand, gelegen buiten de bebouwde kom, met een dwarsdoorsnede van de stam van maximaal 20 centimeter op 0,10 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam. Het eerste lid is niet van toepassing als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 4:11a Aanvraag vergunning De vergunning moet worden aangevraagd door of namens, dan wel met toestemming van degene die krachtens zakelijk recht of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de houtopstand te beschikken. Wanneer door de Dienst Regelingen van het bevoegde Ministerie aan het college een afschrift is toegezonden van de ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 2 van de Boswet, beschouwt het bevoegd gezag dit afschrift mede als een vergunningaanvraag. Artikel 4:11b Weigeringsgronden De vergunning kan worden geweigerd op grond van: de landschappelijke waarde van de houtopstand; de natuurwaarde van de houtopstand; de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon; de beeldbepalende waarde van de houtopstand; de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; de door het college vastgestelde lijst van beschermwaardige bomen. Artikel 4:11c Bijzondere vergunningsvoorschriften Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant. Wordt een voorschrift als bedoeld in het vorige lid gegeven, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet worden vervangen. Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan tevens behoren het voorschrift dat van de vergunning feitelijk geen gebruik gemaakt mag worden, totdat de vergunning onherroepelijk is. Artikel 4:11d Instandhouding-/herplantplicht Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het bevoegd gezag is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het bevoegd gezag aan de eigenaar, diens rechtsopvolger en/of zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond, dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn. Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet worden vervangen. Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen. Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste tot en met het derde lid is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen. Artikel 4:11e Schadevergoeding Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende door de toepassing van artikel 4:11b of artikel 4:11c, schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te komen en waarvan de vergoeding niet anderszins is verzekerd, kent het bevoegd gezag hem op zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel