De geluidsnormen bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 lid 1 van deze verordening gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. binnen de daarbij gestelde tijdsspanne.
De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.
In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of meer van de volgende delen: Someren-Dorp, Someren-Eind, Someren-Heide en Lierop.
Als een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, kan het college een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen.
Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de festiviteit, bedraagt niet meer dan 50 dB(A) en 65 dB(C), gemeten in gevoelige ruimten van geluidsgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.
Het equivalente geluidsniveau (LAeq) veroorzaakt door de inrichting, bedraagt niet meer dan 75 dB(A) en 85 dB(C), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen ter plaatse van geluidgevoelige ruimten.
Bij de geluidswaarde als bedoeld in het vijfde en zesde lid worden de bedrijfsduurcorrectie en muziekcorrectie buiten beschouwing gelaten.
Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore brengen van extra muziek -hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelenen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 te worden beëindigd conform nader vastgestelde regels.
Het college kan bij aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid nadere regels stellen.
Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten
Het is een inrichting toegestaan maximaal 5 incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 binnen de gestekde tijdsspanne niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.
Het college kan gemotiveerd afwijken van het in het eerste lid gestelde aantal incidentele festiviteiten.
Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12 incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.
Het college stelt een formulier vast voor het doen van een kennisgeving.
De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het in het derde lid bedoelde formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.
De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat.
Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de festiviteit, bedraagt niet meer dan 50 dB(A) en 65 dB(C), gemeten in gevoelige ruimten van geluidsgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.
Het equivalente geluidsniveau (LAeq) veroorzaakt door de inrichting, bedraagt niet meer dan 73 dB(A) en 85 dB(C), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen ter plaatse van geluidgevoelige ruimten.
Bij de geluidswaarde als bedoeld in het zevende en achtste lid worden de bedrijfsduurcorrectie en muziekcorrectie buiten beschouwing gelaten.
Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 - op maandag tot en met vrijdag uiterlijk om 01.00 uur beëindigd en op zaterdag en zondag uiterlijk om 02.00.
De geluidsnorm als bedoeld in het zevende lid geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting.
Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.
Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten
Het is verboden een incidentele festiviteit te organiseren, toe te laten, feitelijk te leiden of daaraan deel te nemen indien de burgemeester het organiseren van een incidentele festiviteit verboden heeft wanneer naar zijn oordeel de woon- en leefsituatie in de omgeving van de inrichting en/of openbare orde op ontoelaatbare wijze wordt beïnvloed.
Artikel 4:5 Onversterkte muziek
Het is verboden binnen een inrichting onversterkte muziek ten gehore te brengen indien niet wordt voldaan aan de geluidsnormen als genoemd in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet tijdens het beoefenen van eigen muziek door muziekgezelschappen tijdens de dag en avondperiode (tussen 07.00 en 23.00 uur)
Het college kan van het in het eerste lid bepaalde ontheffing verlenen.
Aan een ontheffing als bedoeld in het derde lid kunnen voorschriften verbonden worden om overmatige geluidshinder te voorkomen.
Een ontheffing wordt geweigerd wanneer naar het oordeel van het college de woon- en leefsituatie in de omgeving van de inrichting op ontoelaatbare wijze zal worden beïnvloed.
Artikel 4:5a Traditioneel schieten
(Vervallen)
Artikel 4:6 Overige geluidhinder en lichthinder
Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten of lichtapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten die voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder of lichthinder veroorzaakt.
Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale milieuverordening Noord-Brabant.
Het verbod geldt niet voor het doen van aankondigingen middels een geluidswagen op maandag tot en met zaterdag tussen 9.00 uur en 20.00 uur.
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 4:6a Mosquito
(Vervallen)
Artikel 4:6b Gehoorschade bij evenementen en festiviteiten zoals bedoeld in artikel 4:2 en 4:3
Ter voorkoming van gehoorschade bij bezoekers, deelnemers en medewerkers van (kleine) evenementen en festiviteiten, is het verboden om de volgende geluidsnormen te overschrijden tijdens de evenementen/festiviteiten:
voor muziekactiviteiten gericht op kinderen en jongeren tot en met 13 jaar mag een gemiddeld geluidsniveau niet meer bedragen dan 91 dB(A), te meten midden in de publieksruimte op een hoogte van 0,5 meter boven de hoofden van het publiek, gemeten over minimaal vijf minuten;
voor muziekactiviteiten gericht op kinderen en jongeren van 14 en 15 jaar mag een gemiddeld geluidsniveau niet meer bedragen dan 96 dB(A), te meten midden in de publieksruimte op een hoogte van 0,5 meter boven de hoofden van het publiek, gemeten over minimaal vijf minuten;
voor muziekactiviteiten gericht op personen van 16 jaar en ouder mag een gemiddeld geluidsniveau niet meer bedragen dan 102 dB(A), te meten midden in de publieksruimte op een hoogte van 0,5 meter boven de hoofden van het publiek, gemeten over minimaal vijf minuten.
Het equivalente geluidsniveau (LAeq) uit lid 1 wordt gemeten midden in de publieksruimte waar de hoogste geluidsniveaus te verwachten zijn op een hoogte van 0,5 meter boven de hoofden van het publiek, zodra het eerste publiek aanwezig is. Het geluidsniveau wordt gedurende de muziekactiviteit bij voorkeur gemeten over meetperioden van 15 minuten, met een minimum van vijf minuten. Het geluidsniveau wordt gedurende de muziekactiviteit gemeten met geschikte apparatuur van ten minste klasse 2 (productindeling volgens internationale normen).
Organisatoren dienen bij muziekactiviteiten vanaf 96 dB(A) bezoekers, deelnemers en medewerkers oordoppen (te koop) aan te bieden en hen te wijzen op het gevaar en de eventuele gevolgen van gehoorschade.
Hoofdstuk 4. › Afdeling 1.
Artikel 4:2
Aanwijzing collectieve festiviteiten
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Someren 2018