Naar hoofdinhoud
1.. Alvorens op een aanvraag te beslissen wordt nagegaan of het voor de uitvoering van werkzaamheden/activiteiten noodzakelijk is om met het betreffende voertuig de verkeersregels en tekens van het RVV 1990 niet te hoeven opvolgen. Dit noodzakelijkheidscriterium is nader uitgewerkt in de artikelen 4.2 t/m 4.6. 2.. De volgende redenen worden in ieder geval niet als noodzakelijk gezien en vormen geen grond voor het verlenen van ontheffing: redenen van een efficiënte bedrijfsvoering; verkorten van routes van en naar plaatsen van tewerkstelling; het parkeren op gehandicaptenparkeerplaatsen; het parkeren op de warenmarkt. 3.. De ontheffing is niet geldig: wanneer de ontheffing wordt gebruikt voor andere doeleinden dan waarvoor de ontheffing is verleend; buiten de in de ontheffing genoemde tijden; buiten het in de ontheffing genoemde gebied; zodra de ontheffing leidt tot verkeersonveilige situaties of wanneer de doorgang van hulpdiensten wordt gehinderd of geblokkeerd. 4.. Voor het verlenen van ontheffing maakt het college onderscheid in vijf categorieën genoemd in de artikelen 4.2 tot en met 4.6.

Rechtspraak bij dit artikel