Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3:

Artikel 13.

Persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Horst aan de Maas

1.. De hoogte van het pgb is gebaseerd op het leefzorgplan en een door de cliënt opgesteld budgetplan. Daarin geeft hij aan hoe hij het persoonsgebonden budget gaat besteden. Er moet in ieder geval blijken dat de met het pgb te bieden ondersteuning veilig, doeltreffend en cliëntgericht is en dat de te bieden ondersteuning in redelijkheid geschikt is voor het doel waarvoor het pgb wordt verstrekt. 2.. Het pgb tarief voor de maatwerkvoorzieningen begeleiding individueel, persoonlijke verzorging, dagbesteding, logeren, ondersteuning bij huishoudelijk werk en vervoer is niet hoger dan het gemiddelde tarief van de maatwerkvoorziening in natura zoals vastgelegd in regionaal afgesloten raamcontracten met zorgaanbieders. Het pgb tarief voor de maatwerkvoorziening beschermd wonen is niet hoger dan het goedkoopste tarief van de maatwerkvoorziening in natura, zoals vastgelegd in de raamcontracten met zorgaanbieders die door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Venlo zijn afgesloten ten behoeve van de gehele regio Noord-Limburg. Voor de inzet van gediplomeerde zzp’ers bij de maatwerkvoorziening beschermd wonen bedraagt de hoogte van het pgb maximaal 90% van het tarief voor de goedkoopst passende voorziening in natura zoals vastgelegd in de hiervoor genoemde raamcontracten. Deze tarieven kunnen voorafgaand aan het opstellen van een budgetplan gecommuniceerd worden met de inwoner die het plan opstelt. 3.. Voor bouwkundige woningaanpassingen, woonhulpmiddelen, rolstoelvoorzieningen en vervoershulpmiddelen wordt bij de vaststelling van de hoogte van het pgb rekening gehouden met: de gemiddelde kostprijs van het meest adequate hulpmiddel conform contractafspraken met leveranciers de afschrijvingstermijn, binnen deze termijn wordt in de regel geen nieuw pgb verstrekt, tenzij hiervoor bijzondere gronden zijn. Voor bouwkundige woningaanpassingen wordt een afschrijvingstermijn van 15 jaar gehanteerd. Voor woonhulpmiddelen, rolstoelvoorzieningen en vervoershulpmiddelen 7 jaar (voor kinderen 5 jaar). 4.. Voor een sportrolstoel wordt rekening gehouden met de mate van het overstijgen van kosten t.o.v. gebruikelijke kosten (zie artikel 10, lid 1). 5.. Voor zover dit geen onderdeel is van het persoonsgebonden budget voor een zaak, kan het bedrag worden aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering. 6.. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor dienstverlening kan opgebouwd zijn uit verschillende kostencomponenten zoals salaris, vervanging tijdens vakantie en verzekeringen. Als het leefzorgplan en budgetplan aantoonbaar maken dat een financiële compensatie voor ondersteuning door het eigen netwerk doelmatiger, efficiënter en tot effectievere zorgondersteuning leidt, dan is het verstrekken van een pgb voor het sociaal netwerk mogelijk. Het leefzorgplan is hierin uitgangspunt en leidend. 7.. Het pgb uurtarief voor het inzetten van niet-professionele hulp uit het eigen sociaal netwerk is gelijk aan het wettelijk minimumloon zoals dat geldt op het moment van de pgb verstrekking. Bij een wijziging van het wettelijk minimumloon past de budgethouder de zorgovereenkomst tussen de budgethouder en zorgverlener daarop aan. Het pgb uurtarief voor het inzetten van niet-professionele hulp uit het eigen sociaal netwerk voor de voorziening beschermd wonen bedraagt 75% van het uurtarief voor professionele hulp, tot een door het college vast te stellen maximumbedrag. 8.. Een persoonsgebonden budget dient door de cliënt binnen zes maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel