Naar hoofdinhoud
1.. De leden van de regioraad worden door de raden van de deelnemende gemeenten, uit hun midden de voorzitters inbegrepen en uit de wethouders aangewezen. Daarbij wordt de volgende maatstaf in acht genomen: voor gemeenten tot 20.000 inwoners 1 lid voor gemeenten van 20.000 tot 40.000 inwoners 2 leden voor gemeenten van 40.000 tot 60.000 inwoners 3 leden voor gemeenten van 60.000 tot 80.000 inwoners 4 leden voor gemeenten van 80.000 tot 100.000 inwoners 5 leden en voor elke volgende 40.000 inwoners of een gedeelte daarvan 1 lid extra, met dien verstande dat de gemeenteraad van Amsterdam met behoud van het stemgewicht maar de helft van het aantal leden aanwijst op basis van bovenstaande maatstaf. 2.. De leden, aangewezen door de raden van gemeenten met minder dan 40.000 inwoners, kunnen zich laten vervangen door een als zodanig door de raad van de desbetreffende gemeente, gelijktijdig aangewezen plaatsvervangend lid. Op plaatsvervangende leden zijn de bepalingen van deze afdeling van overeenkomstige toepassing. 3.. Voor de vaststelling van de aantallen inwoners worden aangehouden de laatstelijk door het Centraal bureau voor de statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers. 4.. Artikel 8, tweede lid, van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel