**1..** Aan het dagelijks bestuur is opgedragen:
het voorbereiden van alles waarover in de vergadering van de regioraad zal worden beraadslaagd en besloten;
het uitvoeren van de besluiten van de regioraad;
het beheer van de inkomsten en uitgaven van de Vervoerregio Amsterdam;
de zorg, voor zover niet aan anderen opgedragen voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding;
het nemen van alle conservatoire maatregelen, ook alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding en het doen van alles, wat nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit; het bezit daartoe de wettelijke bevoegdheden, artikel 160 van de Gemeentewet is van toepassing;
het, binnen het raam van de door de regioraad vastgestelde formatie van het personeel van de Vervoerregio Amsterdam, benoemen c.q. te werk stellen op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht en het schorsen en ontslaan van personeel in dienst van de Vervoerregio Amsterdam, een en ander behoudens het bepaalde in artikel 49 van de regeling en verder voor zover de regioraad zich de desbetreffende bevoegdheden niet heeft voorbehouden;
het houden van een gedurig toezicht op al wat de Vervoerregio Amsterdam aangaat;
het voorstaan van de belangen van de Vervoerregio Amsterdam bij hogere overheden en andere instellingen, diensten of personen, waarmee contact voor de Vervoerregio Amsterdam van belang is.
**2..** Het dagelijks bestuur oefent, indien de regioraad daartoe besluit en naar door deze te stellen regels, alsmede met inachtneming van het bepaalde in artikel 33 van de wet, de aan de regioraad toekomende bevoegdheden uit, met uitzondering van:
het vaststellen en wijzigen van de begroting;
het vaststellen van de jaarrekening;
vervallen;
vervallen.
Hoofdstuk › Paragraaf 4:
Artikel 38