Naar hoofdinhoud
1.. Bij het opstellen van een ontwerp van het regionaal beleidskader mobiliteit pleegt het dagelijks bestuur, voor zover daarvoor geen andere wettelijke voorschriften gelden, overleg met de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten en met daarvoor in aanmerking komende besturen, instellingen, diensten en personen en doet hiervan in een bijlage bij dit ontwerp verantwoording. 2. . Het dagelijks bestuur stelt het ontwerp van het regionaal beleidskader mobiliteit voorlopig vast. Het dagelijks bestuur zendt het ontwerp van het regionaal beleidskader mobiliteit na de voorlopige vaststelling aan de raden van de deelnemende gemeenten, die hun zienswijzen binnen drie maanden ter kennis van de regioraad brengen. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de informatievoorziening en het maken van afspraken over participatie bij het ontwerp regionaal beleidskader mobiliteit. De regioraad kan daartoe algemene regels stellen. 3. . Binnen drie maanden na het verstrijken van de in het vorige lid vermelde termijn stelt de regioraad het regionaal beleidskader mobiliteit vast. Voorafgaand aan de vaststelling van het regionaal beleidskader mobiliteit stelt het dagelijks bestuur de regioraad en de raden schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen, bedoeld in het vorige lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Het regionaal beleidskader mobiliteit wordt terstond na de vaststelling door de regioraad medegedeeld aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan gedeputeerde staten.

Rechtspraak bij dit artikel