**1..** Een deelnemende gemeente kan een voornemen tot uittreden uit de regeling kenbaar maken door toezending van een daartoe strekkend besluit van de bestuursorganen van die gemeente aan de regioraad.
**2..** De regioraad kan regels stellen over de procedure van uittreding.
**3..** De regioraad doet in een ontwerp-uittredingsplan aan de bestuursorganen van de gemeenten een voorstel voor regeling van de financiële, de juridische, de personele en de organisatorische gevolgen van de uittreding. Daarbij worden de belangen van de gemeente die uittreedt en van de achterblijvende gemeenten op evenwichtige wijze afgewogen.
**4..** Het dagelijks bestuur bereidt het ontwerp-uittredingsplan voor. Het dagelijks bestuur benoemt daartoe een projectgroep onder leiding van een onafhankelijk deskundige.
**5..** De kosten voor het inschakelen van de onafhankelijk deskundige zijn voor rekening van de deelnemende gemeente die het voornemen tot uittreding kenbaar heeft gemaakt.
**6..** Het uittredingsplan bevat in ieder geval de volgende elementen:
een beschrijving van de consequenties voor de wettelijke en overige taken;
een beschrijving van de consequenties voor de financiële middelen die zijn gekoppeld aan de uittredende deelnemer (BDU);
een beschrijving van de consequenties voor de activiteiten die zijn gekoppeld aan een inwonerbijdrage;
een beschrijving van de consequenties voor de lopende openbaar vervoerconcessies voor het grondgebied van de uittredende deelnemer;
een beschrijving van de consequenties voor de verbonden partijen van Vervoerregio Amsterdam;
een beschrijving van consequenties voor lopende subsidies, opdrachten, leningen en overige verplichtingen;
een beschrijving van consequenties voor de structurele organisatielasten, waaronder personeels- en huisvestingslasten;
een voorstel voor wijziging van de regeling in verband met de uittreding en een beschrijving van de aanpassingen van de daarop gebaseerde regelingen;
de uittreedsom, of de wijze waarop de uittreedsom wordt berekend.
**7..** De uittreedsom bestaat uitsluitend uit de schade die Vervoerregio Amsterdam en de achterblijvende deelnemende gemeenten lijden als direct gevolg van het besluit tot uittreding. Vervoerregio Amsterdam is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten zo laag mogelijk te houden. De berekening van de kosten van uittreding wordt gebaseerd op feiten en omstandigheden die bekend zijn tot aan het moment van werkelijke uittreding.
**8..** Het uittredingsplan is vastgesteld zodra de raden, de colleges en de burgemeesters van tenminste twee derde van het aantal deelnemende gemeenten, vertegenwoordigende tenminste twee derde van het aantal inwoners van het verzorgingsgebied op 1 januari van dat jaar, hiertoe hebben besloten. Het besluit van de bestuursorganen omvat ook de wijziging van de regeling in verband met de uittreding.
**9..** Na toezending van het uittredingsplan maken de bestuursorganen van de deelnemende gemeente die het voornemen tot uittreding kenbaar hebben gemaakt, binnen 3 maanden gezamenlijk bekend of zij definitief willen uittreden. De besluiten tot uittreden worden aangetekend verzonden aan het algemeen bestuur.
**10..** Tenzij de regioraad een kortere termijn bepaalt, kan de uittreding niet eerder plaatsvinden dan op 1 januari van een kalenderjaar, met dien verstande dat er minimaal twee volledige kalenderjaren zitten tussen het besluit tot uittreding en de datum waarop de uittreding wordt geëffectueerd.
**11..** De uittreding treedt in werking nadat het gemeentebestuur van Amsterdam de wijziging van de regeling in alle deelnemende gemeenten bekend heeft gemaakt door kennisgeving van de inhoud daarvan in het gemeenteblad, met inachtneming van de datum van ingang vermeld in het besluit.
**12..** Indien de toepassing van dit artikel leidt tot onduidelijkheid of onenigheid is de geschillenregeling van artikel 62 onverkort van toepassing.
HOOFDSTUK XIII
Artikel 66