** 1. .** De regeling wordt opgeheven zodra de raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van tenminste twee derde van het aantal deelnemende gemeenten, vertegenwoordigende tenminste twee derde van het aantal inwoners van het samenwerkingsgebied op 1 januari van dat jaar, tot deze opheffing hebben besloten.
Een besluit, als bedoeld onder a, kan niet eerder worden genomen dan nadat de regioraad daarover zijn mening kenbaar heeft gemaakt.
**2..** De opheffing treedt in werking nadat de besluiten door het gemeentebestuur van Amsterdam in alle deelnemende gemeenten bekend zijn gemaakt door kennisgeving van de inhoud daarvan in het gemeenteblad, met inachtneming van de datum van ingang vermeld in het besluit.
**3..** Ingeval van opheffing van de regeling besluit de regioraad tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regelen. Hierbij kan van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken.
**4..** Het liquidatieplan wordt door de regioraad, de bestuursorganen van de deelnemende gemeenten gehoord, vastgesteld.
**5..** Het liquidatieplan voorziet in ieder geval ook in de financiële en overige gevolgen die de opheffing voor het personeel heeft.
**6..** Zo nodig blijven de bestuursorganen van Vervoerregio Amsterdam ook na het tijdstip van de opheffing in functie totdat de liquidatie is beëindigd.
HOOFDSTUK XIII
Artikel 68