**1..** Burgemeester en wethouders verlenen, voor zover daartoe bestemde ruimte van de begraafplaatsen zulks toelaat, op een daartoe schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van dertig of veertig jaar het recht op een eigen graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het eigen graf is uitgegeven.
**2..** Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op schriftelijke aanvraag van de rechthebbende verlengd met telkens een termijn van tien jaar, mits deze aanvraag is gedaan binnen twee jaar voor het verstrijken van de termijn waarvoor het graf is uitgegeven.
**3..** Burgemeester en wethouders geven binnen één jaar, na aanvang van de termijn waarin om verlenging kan worden verzocht, aan de rechthebbende schriftelijk mededeling van het verstrijken van de termijn en van het bepaalde in het tweede lid van dit artikel. Burgemeester en wethouders herhalen deze aanschrijving ten minste twee maanden voor het verstrijken van de termijn waarbinnen om verlenging van het recht tot begraven kan worden verzocht.
**4..** Als het adres van de rechthebbende niet bekend is, wordt de betreffende mededeling gedaan door aanplakking bij het graf en op een publicatiebord bij de ingang van de betreffende begraafplaats.
**5..** Wanneer niet tijdig een verzoek om verlenging, als bedoeld in het tweede lid van dit artikel, wordt ontvangen, vervalt het recht op de grafruimte.
**6..** Het recht als in dit artikel bedoeld, kan slechts aan één rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor de personen genoemd in artikel 17, eerste lid. Verlening van het recht ten behoeve van een ander is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.
HOOFDSTUK IV
Artikel 15
Termijnen eigen graven
Onderdeel van Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen Glashorst en Lambalgen