Aanvrager voorziet de aanvraag van een bewijsstuk(ken) waaruit de inkomsten blijken en van een bewijsstuk waaruit zijn identiteit vastgesteld kan worden. In geval van gehuwden geldt dat van beiden (de in de vorige zin genoemde) bewijsstukken overgelegd moeten worden.
Voorgaande lid geldt niet voor zover uit andere hoofde blijkt dat belanghebbende tot de kring van rechthebbenden behoort, dit is in ieder geval zo als belanghebbende:
a. een uitkering ontvangt op grond van de wet, de Ioaw of Ioaz; of
b. als sprake is van Wsnp of een vergelijkbare regeling van de gemeentelijke kredietbank; of
c. als binnen 12 maanden na een aanvraag opnieuw een aanvraag wordt gedaan op grond van deze verordening.
Voorts overlegt aanvrager op verzoek van het college een bewijsstuk van de in hoofdstuk 3 genoemde kosten waarvoor hij een subsidie aanvroeg.
Het college kan uiterlijk binnen 6 maanden na de aanvraag belanghebbende verzoeken een bewijsstuk van de gemaakte kosten in te leveren.
Het derde en vierde lid gelden niet voor zover uit andere hoofde blijkt dat de kosten zijn gemaakt.
HOOFDSTUK 4
Artikel 6
Inlichtingenverplichting
Onderdeel van Verordening Meedoen fonds Midden-Groningen 2019-2023