Voor het onderdeel indirecte schoolkosten van deze beleidsregels wordt verstaan onder:
het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Groningen;
de wet: Participatiewet;
kind: tot het huishouden behorend ten laste komend (eigen of stief)kind als bedoeld in artikel 4,eerste lid en onder sub e van de wet dat in Nederland woont en naar school gaat;
de kosten: indirecte schoolkosten in brede zin bijvoorbeeld een computer, fiets, potlood, fietsbel, bureau, lamp; enzovoorts;
Wsnp: Wet schuldsanering natuurlijke personen;
kredietbank: een kredietbank die is aangesloten bij de branchevereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren NVVK (Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet);
de norm: de voor belanghebbende geldende norm voor levensonderhoud op grond van hoofdstuk 3 paragraaf 3.2 de artikelen 20, 21, 22, 23 en 24 van de wet inclusief de verlagingen genoemd in paragraaf 3.3 de artikelen 27 en 28 van de wet en exclusief vakantiegeld;
voor deze beleidsregels blijft de kostendelersnorm als bedoeld in artikel 19a en 22a van de wet buiten toepassing;
voortgezet onderwijs: het onderwijs volgend op basisonderwijs;
doel: voorzien in indirecte schoolkosten voor het kind;
BWRI: Bedrijf voor werk re-integratie en inkomen.
Voor andere begrippen in deze beleidsregels dan die uit het eerste lid, gelden de definities die staan in de wet en in de Algemene wet bestuursrecht.
HOOFDSTUK 1: › Paragraaf 1:
Artikel 1:
begripsomschrijving
Onderdeel van Beleidsregels kindpakket Midden-Groningen 2018