Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1: › Paragraaf 2:

Artikel 3:

inkomenscriteria

Onderdeel van Beleidsregels kindpakket Midden-Groningen 2018

Alleenstaande ouders en gehuwden met een (voor gehuwden gezamenlijk) inkomen dat gelijk of lager is dan 115% van de norm (naar boven afgerond op hele euro’s) komen in aanmerking voor een tegemoetkoming in de kosten. Alleenstaande ouders en gehuwden die deelnemen aan de Wsnp of aan een vergelijkbare minnelijke regeling uitgevoerd door de kredietbank, komen in aanmerking voor een tegemoetkoming in de kosten ongeacht het daadwerkelijk inkomen. Indien één van de gehuwden deelneemt aan de Wsnp of aan een minnelijke regeling is de som van inkomen van de niet deelnemende partner en het door de curator of kredietbank beschikbaar gesteld bedrag (voor de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan) bepalend voor de vraag of aan het criterium onder het eerste lid van dit artikel is voldaan. Indien de huur of hypotheekrente van de door belanghebbende(n) zelf bewoonde woning hoger zijn dan de normhuur (€ 207) wordt het onder het eerste lid bedoelde bedrag vermeerderd met dit meerdere. In geval sprake is van een eigen woning wordt de maandelijkse hypotheekrente vermeerderd met € 95 euro voor onderhoud en lasten. Rekening wordt gehouden met een forfaitere fiscale teruggaaf van 28% van de betaalde hypotheekrente. In geval sprake is van een huurwoning is het huurbedrag inclusief servicekosten bepalend. Hierop wordt in mindering gebracht het bedrag aan huurtoeslag waarop recht bestaat. Indien de betaalde zorgpremie of bestuursrechtelijke premie hoger is dan de normpremie (€ 39 voor alleenstaanden en € 85 voor echtparen) wordt het meerdere opgeteld bij het onder het eerste lid verkregen bedrag. Indien het inkomen hoger is dan het bedrag bedoeld in het eerste lid gecorrigeerd met het bedrag bedoeld in het derde en vierde lid wordt de jaardraagkracht berekend en 33,33% hiervan wordt als eigen bijdrage in mindering gebracht op de vergoeding op grond van deze beleidsregels. Indien belanghebbende beschikt of belanghebbenden beschikken over een hoger inkomen op grond waarvan geen recht bestaat op een vergoeding op grond van deze beleidsregels, kan het college in afwijking hiervan een vergoeding toekennen voor zover sprake is van onvermijdbare noodzakelijke kosten waardoor de positie van belanghebbende(n) redelijkerwijs vergelijkbaar is met die van een belanghebbende die voldoet aan het inkomenscriterium.

Rechtspraak bij dit artikel