Het college kan besluiten om de bestuurlijke boete te matigen, indien de belanghebbende aannemelijk maakt en het college oordeelt dat op grond van:
de ernst van de overtreding;
de mate van verwijtbaarheid;
de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan;
de omstandigheden waarin de overtreder verkeert,
boeteoplegging volgens deze beleidsregels onevenredig is.