Indien geen van de leden van het college bij het nemen van een besluit stemming vraagt, wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen.
Een lid dat zich bij de behandeling van het voorstel tegen het voorstel heeft uitgesproken, kan verlangen dat daarvan aantekening wordt gemaakt op de beslissingenlijst als bedoeld in artikel 11.
De stemming over zaken gaat mondeling. De leden stemmen met de woorden "voor" of "tegen", zonder enige toevoeging. De stemming verloopt op alfabetische volgorde.
Indien bij een stemming over zaken de stemmen staken, wordt in een volgende vergadering opnieuw gestemd, tenzij spoedeisende besluitvorming is gewenst. De voorzitter bepaalt of er sprake is van een spoedeisend besluit.
Staken de stemmen opnieuw over hetzelfde voorstel, dan beslist de stem van de voorzitter.
Hoofdstuk
Artikel 6
Besluitvorming
Onderdeel van Reglement van orde van het college van burgemeester en wethouders