Naar hoofdinhoud
1.. Naar het oordeel van het college is de cliënt of diens (wettelijk) vertegenwoordiger voldoende bekwaam tot het beheren van het pgb, zoals bedoeld in het tweede lid van artikel 2.3.6 van de Wmo 2015, tweede lid, indien hij/zij: in staat is zijn/haar ondersteuningsvraag en het ontstaan hiervan duidelijk te maken, zelf de zorg te kiezen, te regelen en aan te sturen; goed op de hoogte is van de rechten en plichten die behoren bij het beheer van het pgb; in staat is de verantwoordelijkheid van de opdrachtgeverstaak op zich te nemen, zoals onder meer het zoeken van een formele en/of informele zorgverlener, het voeren van gesprekken, het (laten) opstellen van zorgovereenkomsten, het aansturen van de formele en/of informele zorgverlener, het accorderen van facturen en het bewaken van de kwaliteit en voortgang van de maatschappelijke ondersteuning. 2.. De bekwaamheid tot het beheren van het pgb toetst het college in samenspraak met de cliënt of diens (wettelijk) vertegenwoordiger, waarin het oordeel van het college bepalend is. 3.. Het college kan de cliënt of diens (wettelijk) vertegenwoordiger verplichten mee te werken aan een pgb test, om zo tot een afgewogen oordeel te komen over de bekwaamheid tot het beheren van het pgb. 4.. De cliënt of diens (wettelijk) vertegenwoordiger wordt door het college niet in staat geacht de aan het pgb verbonden taken verantwoord uit te kunnen voeren, als sprake is van één of meer van de volgende omstandigheden: schuldenproblematiek; verslavingsproblematiek; aangetoonde fraude begaan in de vier (4) jaar voorafgaand aan de aanvraag; dak- of thuisloosheid; het onvoldoende machtig zijn van de Nederlandse taal in woord en geschrift; twijfels op andere gronden over de pgb bekwaamheid; de (wettelijk) vertegenwoordiger geen Verklaring omtrent gedrag (hierna Vog) kan voorleggen. 5.. Wanneer de aanvrager niet in staat is zelf het pgb te beheren, kan hij een (wettelijk) vertegenwoordiger aanwijzen. Hiertoe overhandigt de aanvrager aan de gemeente Nissewaard een schriftelijke machtiging, dit teneinde het beheer van het pgb op een verantwoorde wijze uit te voeren. 6.. De formele en/of informele zorgverlener mag het pgb niet beheren of de cliënt hierin ondersteunen, tenzij het college hiertoe anders besluit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel