Naar hoofdinhoud
1.. In aanvulling op artikel 13 van de Verordening is naar het oordeel van het college de kwaliteit van de maatschappelijke ondersteuning middels het pgb, zoals bedoeld in het tweede lid van artikel 2.3.6 van de Wmo 2015, gewaarborgd indien aan de volgende eisen wordt voldaan: de formele zorgverlener ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel of handelsregister in het land waar de formele zorgverlener is gevestigd en een BTW nummer heeft; de formele zorgverlener een aantoonbaar goed werkend kwaliteitssysteem heeft om de kwaliteit van de maatschappelijke ondersteuning te beheersen, te bewaken, te borgen en te verbeteren. Het kan hier gaan om het vastleggen van processen, het systematisch toetsen van kwaliteit in de vorm van audits- en tevredenheidsonderzoeken, een klachtenprocedure, het anticiperen op cliëntwensen en nieuwe inzichten en het continue verbeteren; de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatschappelijke ondersteuning in redelijkheid geschikt zijn voor het doel waarvoor het pgb wordt verstrekt; de maatschappelijke ondersteuning veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt verstrekt; de maatschappelijke ondersteuning tijdig en conform afspraak wordt verstrekt; de formele en/of informele zorgverlener aan de gemeente een actieve signaleringsplicht heeft ten aanzien van veranderingen in de gezondheid (fysiek en psychisch), de sociale situatie en de behoefte van de cliënt aan meer of andere zorg; de maatschappelijke ondersteuning die via een formele zorgverlener plaatsvindt, geleverd wordt met gekwalificeerd personeel, passend bij de behoeften en persoonskenmerken van de cliënt; personeel van de formele zorgverlener, indien van toepassing, geregistreerd zijn volgens de geldende beroepsregistratie; de formele zorgverlener over een Verklaring omtrent het gedrag (Vog) beschikt, van het in te zetten personeel, die niet eerder is afgegeven dan drie (3) maanden voor het tijdstip waarop de formele zorgverlener de maatschappelijke ondersteuning verstrekt; de informele zorgverlener over een VOG beschikt, die niet eerder is afgegeven dan drie (3) maanden voor het tijdstip waarop de informele zorgverlener de maatschappelijke ondersteuning verstrekt; de formele en/of informele zorgverlener alles geheim houdt wat hij weet over degene die maatschappelijke ondersteuning ontvangt, behoudens datgene wat uit wettelijk voorschrift of vanuit zijn taak noodzaakt tot het doen van mededelingen; 2.. Het college beoordeelt aan de hand van het ingevulde zorg- en budgetplan en desgevraagd aan de hand van de, door het college, opgevraagde bescheiden of de kwaliteit van de maatschappelijke ondersteuning voldoende is gegarandeerd. 3.. Het college kan via een onafhankelijke en daartoe deskundige derde, laten toetsen of de formele en/of informele zorgverlener verantwoorde maatschappelijke ondersteuning levert, conform het zorg- en budgetplan. 4.. Na een door het college te bepalen termijn wordt geëvalueerd of de ingekochte maatschappelijke ondersteuning middels het pgb nog steeds voldoet aan de, in het eerste lid bedoelde, kwaliteitseisen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel