In deze paragraaf wordt verstaan onder:
Wet: de Wet op de kansspelen;
kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c van de Wet;
speelautomatenhal: een inrichting, bestemd om het publiek gelegenheid te geven een spel door middel van speelautomaten te beoefenen, als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder b, van de Wet;
exploitant: de natuurlijke of rechtspersoon die de speelautomatenhal exploiteert;
beheerder: degene die met het dagelijks toezicht en de onmiddellijke leiding in de speelautomatenhal is belast.
Hoofdstuk › Paragraaf 3
Artikel 2.3.3.1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Nijmegen