Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 2.4.3

Vervoer zaken met verboden handeling als kennelijk doel

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Nijmegen

Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen of vermommingsmiddelen te vervoeren, bij zich te hebben of te dragen. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien de bedoelde werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zicht onrechtmatig de toegang toe een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen, of herkenning bij het plegen van voornoemde strafbare feiten te voorkomen. Het is verboden op de weg in de nabijheid van winkels te vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat er kennelijk toe is uitgerust om het plegen van (winkel)diefstal te vergemakkelijken. Het in het derde lid gestelde verbod is niet van toepassing indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de in dat lid bedoelde voorwerpen niet bestemd zijn voor de in dat lid bedoelde handelingen.

Rechtspraak bij dit artikel