Indien een woningzoekende dringend behoefte heeft aan (andere) woonruimte, kan hij aan burgemeester en wethouders verzoeken hem voorrang te geven bij de afgifte van huisvestingsvergunningen. Dit is vermeld in artikel 9 van de huisvestingsverordening.
Dit is niet van toepassing voor:
Huishoudens die op grond van stadsvernieuwing in aanmerking komen voor voorrang.
Huishoudens die op grond van reguliere renovatie of sloop in aanmerking komen voor voorrang.
Bij renovatie of sloop wordt de urgentieverklaring door de gemeente verstrekt zonder dat deze behoeft te worden aangevraagd. De verhuurder levert hiervoor de gegevens van de huurders aan.
De hier beschreven procedure geldt daarom voor alle woningzoekenden die een verzoek doen om ingedeeld te worden in een urgentiecategorie, met uitzondering van de twee groepen die hierboven zijn genoemd.
Een woningzoekende kan voorrang aanvragen in de eigen woongemeente of in de gemeente waarmee de woningzoekende maatschappelijke binding heeft.
Een verzoek om voorrang dient aangevraagd te worden op een daarvoor bestemd formulier. Gelet op de uniformiteit in de behandeling van de urgentieaanvraag wordt een standaard aanvraagformulier gebruikt. Een aanvraag wordt niet in behandeling genomen indien deze niet compleet is, dat wil zeggen onvolledig ingevuld, niet ondertekend of niet voorzien van de vereiste bijlagen.
Ook wanneer op basis van de vastgestelde toetsingscriteria geen aanleiding is voor het innemen van een verzoek om voorrang kan op uitdrukkelijk verzoek van de woningzoekende toch dat verzoek worden ingediend.
Naar aanleiding van het verzoek tot indeling in een urgentiecategorie kan de woningzoekende uitgenodigd worden voor een intakegesprek.
Behandeling van een verzoek om indeling in een voorrangscategorie
(verzoek tot afgifte van een urgentieverklaring)
Kort samengevat houdt de procedure voor de behandeling van een verzoek om een urgentieverklaring het volgende in:
De medewerker die de aanvragen behandelt, stelt een rapport op. Het rapport sluit af met een advies aan het college van burgemeester en wethouders om de urgentieverklaring wel of juist niet af te geven.
Het college van burgemeester en wethouders geeft een besluit af op de aanvraag.
Deze procedure is hieronder verder toegelicht.
De medewerker die aanvragen behandelt beziet altijd of de aanvrager voldoet aan de criteria vermeld in artikel 8 van de Huisvestingsverordening. Deze zijn toegelicht in deze beleidsregels onder
Artikel 2. WIE KOMEN IN AANMERKING VOOR INDELING IN EEN URGENTIECATEGORIE. Het gaat dus om een woningvraag wegens:
Medische en/of sociale indicatie
Stadsvernieuwing
Renovatie/sloop of onbewoonbaarheid van de woning
Een calamiteit.
Voor woningzoekenden die een urgentieverklaring aanvragen op grond van medische en/of sociale indicatie wordt vervolgens ook nagegaan of deze persoon voldoet aan de voorwaarden vermeld in artikel 11 van de verordening. Die zijn toegelicht in deze beleidsregels onder Artikel 3: AANVULLENDE VOORWAARDEN VOOR VOORRANG WEGENS MEDISCHE EN/OF SOCIALE INDICATIE. Dit zijn dus de criteria:
Beschikken over zelfstandige woonruimte
Buiten eigen schuld
Niet zelfredzaam
Ongeschikte woning
Binding aan de regio
De uitkomsten van de beoordeling worden vastgelegd in een rapport. Dat bevat in ieder geval de volgende elementen.
Persoonsgegevens van de aanvrager (en partner).
Waaronder de grootte van het huishouden.
Aanleiding
Dit onderdeel bevat een weergave van:
de woonproblemen zoals de aanvrager deze ziet en ervaart; (de reden van zijn/haar aanvraag);
hoe de woonproblemen zijn ontstaan;
wat aanvrager gedaan heeft om ze op te lossen, wie hij/zij daarvoor heeft ingeschakeld en met welke resultaten;
hoe vaak en voor welke woningen door hem of haar via de gangbare media is gereageerd sinds het ontstaan van de woonproblemen;
de financiële mogelijkheden.
Omschrijving van de probleemsituatie
Naast een omschrijving van de probleemsituatie komt in ieder geval de eigen indruk van de rapporteur aan de orde ten aanzien van hetgeen in het onderdeel “aanleiding” is vermeld. Het is de taak van de rapporteur steeds een relatie te leggen met andere zaken, die hij/zij onderzocht heeft teneinde een zekere objectivering tot stand te brengen in zijn/haar oordeel.
Conclusie/advies
De intaker rapporteert en brengt advies uit over de noodzaak tot verhuizen. Het advies wordt getoetst aan de Huisvestingsverordening en aan deze beleidsregels. Iedere rapportage wordt afgesloten met een conclusie en een advies.
Het rapport wordt vervolgens binnen 3 weken met een concept-besluit voorgelegd aan het college van burgemeester van wethouders danwel aan degene die bevoegd is om namens het college te besluiten op de aanvraag. Het college danwel de gemandateerde stuurt binnen 3 weken een gemotiveerd besluit naar de woningzoekende. In het besluit staat vermeld dat de woningzoekende tegen het besluit een bezwaarschrift kan indienen als hij het niet eens is met het besluit. Het indienen van een bezwaarschrift dient te gebeuren binnen zes weken na bekendmaking van het besluit.
Als de woningzoekende besluit een aanvraag in te dienen terwijl een eerdere aanvraag al is afgewezen en de omstandigheden niet gewijzigd zijn, zal de nieuwe aanvraag op dezelfde gronden worden afgewezen.
Artikel 4: