Bij raadsleden die twee of meer van de in het kalenderjaar gehouden raadsvergaderingen niet hebben bijgewoond, waarbij niet worden meegeteld situaties van overmacht, blijkend uit een valide afmeldingsbericht of anderszins bekend gemaakt of geworden bij de griffier, wordt in januari en februari van het opvolgende jaar, of op het moment van aftreden in de loop van het kalenderjaar bij de laatste uitbetaling, de raadsvergoeding verlaagd volgens de onderstaande berekeningsmethode. Hierbij worden alleen jaren betrokken waarin het raadslidmaatschap een duur van minimaal zes maanden heeft gehad. Bij een niet volledig jaar wordt de verlaging tot maximaal één maand beperkt.
A: aantal bijgewoonde raadsvergaderingen jaar I
B: aantal gehouden raadsvergaderingen jaar I
A
-- x ( maandelijkse raadsvergoeding ) = verlaging vergoeding januari en februari jaar II
B
Hoofdstuk
Artikel 2.
Vergoeding voor de werkzaamheden voor raadsleden
Onderdeel van Verordening rechtspositie raadsleden, fractieassistenten en wethouders Aalsmeer 2015