In afwijking van het gestelde in de Subsidieverordening, geldt het volgende met betrekking tot de verantwoording en vaststelling van de subsidie:
**1..** De aanvrager dient uiterlijk op 30 april van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in. Deze aanvraag gaat vergezeld van een inhoudelijke en financiële eindrapportage.
**2..** De eindrapportage bevat:
Algemeen:
een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten conform de gestelde voorwaarden zijn verricht;
een overzicht van de aan de gesubsidieerde activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag). Hierin is o.a. opgenomen het gehanteerde uurtarief en de inkomsten uit ouderbijdragen. Uit het overzicht dient tevens te blijken of de ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag en of de peuter een VVE- indicatie heeft.
Per locatie:
het aantal peuters dat gebruik heeft gemaakt van gesubsidieerde kindplaatsen, onderverdeeld naar soort subsidieplaats VVE en PA.
**3..** De subsidie kan lager worden vastgesteld indien de eindrapportage hiertoe aanleiding geeft.
**4..** De gemeente is bevoegd te controleren of per peuter maximaal 1 gesubsidieerde kindplaats tegelijkertijd door de kindercentra in rekening is gebracht. Ter voorkoming van dubbele subsidiëring kan de gemeente bij een geconstateerde dubbeling een verrekening van het subsidiebedrag toepassen.
Artikel 10.
Verantwoording en vaststelling subsidie
Onderdeel van Nadere regels subsidiëring peuterarrangementen en voorschoolse educatie Aalsmeer 2017