Naar hoofdinhoud
1.. De gemeente subsidieert het uitvoeren van peuterprogramma's t.b.v. Peuterarrangementen en VVE-aanbod op basis van kindplaats gebonden subsidie (bijlage 2). 2.. Het definitieve subsidiebedrag wordt berekend per kindplaats per jaar en is gebaseerd op Een bedrag per uur, per jaar, afgeleid van de genormeerde kosten volgens het maximum uurtarief conform de regeling voor de kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst. Daarbij kan het college het uurbedrag verhogen wegens de kwaliteitseisen voorschoolse educatie. Het aantal kindplaatsen waarvan jaarlijks, gedurende 40 weken, daadwerkelijk is afgenomen door ouders. Het uurtarief dat in het betreffende kalenderjaar door de gemeente gehanteerd wordt. Het gegeven of ouders al dan niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag. 3.. Zie bijlage 2 van deze regeling voor een overzicht van de wijze waarop de subsidie wordt berekend. 4.. De gemeente hanteert voor het uitvoeren van voorschoolse educatie en Peuterarrangementen een all-in prijs. Deze prijs wordt, voor 1 oktober, jaarlijks vastgesteld door het college. Hiervoor voorziet de aanbieder van peuteropvang onder andere in de betaling van loonkosten van al het uitvoerend en coördinerend personeel, inclusief directie, bij- en nascholing, vervangings- en verletkosten bij ziekte, verkrijgen ouderverklaring, afhandeling ouderbijdrage , uitvoeren van afspraken rond controleren van recht op subsidie individuele peuter, zelfevaluatie, huisvesting en overhead. Voor VVE geïndiceerde peuterprogramma's komen hier nog bij: intake, warme overdracht, observaties, (cito-)toetsen, oudergesprekken, differentiatie, begeleiding, voorbereidings- en tutor-/mentortijd, organisatie van ouderactiviteiten ten behoeve van ouderparticipatie, lokaal VVE- en koppeloverleg en delen gegevens in het kader van resultaatafspraken VVE. 5.. Indien bij bepaling van de overheid nieuwe taken aan het peuterprogramma worden toegevoegd kan dit leiden tot bijstelling van het tarief.

Rechtspraak bij dit artikel