**1..** De belasting genoemd in artikel 12, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet worden voldaan bij de aanvang van het parkeren. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college gestelde voorschriften.
**2..** De belasting genoemd in artikel 12, onderdeel b, wordt geheven bij wege van gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur.
**3..** De belasting bedoeld in artikel 12, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren.
**4..** In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon inloggen op de centrale computer.
**5..** De belasting bedoeld in artikel 12, onderdeel b, moet worden voldaan op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend of het tijdstip waarop de aanvraag van de vergunning in behandeling wordt genomen.
**6..** Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.
Afdeling V
Artikel 16
Wijze van heffing en betalingstermijnen
Onderdeel van Verordening parkeerregulering 2011