Naar hoofdinhoud
14.1. Een aanvraag tot vaststelling wordt binnen 13 weken na afloop van het betrokken kalenderjaar ingediend. 14.2. Een aanvraag tot vaststelling bevat in ieder geval: een door een bevoegde functionaris van de subsidieontvanger ondertekende bestuursverklaring; de jaarrapportage, mede samengesteld op basis van de kwartaalrapportages, bedoeld in artikel 13, eerste lid; een overzicht van de uitgevoerde gesubsidieerde activiteiten; het op het betreffende kalenderjaar ziende jaardocument maatschappelijke verantwoording; de jaarrekening van de subsidieontvanger, en een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant. 14.3. Indien de subsidieontvanger de aanvraag tot vaststelling niet of niet volledig binnen de hiervoor bepaalde termijn indient, kan het college overgaan tot lagere vaststelling. 14.4. De subsidie wordt jaarlijks per boekjaar (van 1-1 tot en met 31-12) vastgesteld. Vaststelling vindt plaats uiterlijk op 1 juni van het jaar volgend waarop de subsidie betrekking heeft. 14.5. Indien het college een gedeelte van een jaar verantwoordelijk is voor een jeugdige, wordt de subsidie met betrekking tot deze jeugdige vastgesteld aan de hand van het aantal maanden dat het college op grond van het woonplaatsbeginsel verantwoordelijk is voor de jeugdige. Maanden waarvan het college minder dan 15 dagen verantwoordelijk is voor de jeugdige, komen niet voor subsidiëring in aanmerking. 14.6. Indien de subsidie ontvanger niet tijdig kan voldoen aan het bepaalde in dit artikel, stelt de subsidieontvanger het college voor het einde van de in artikel 1 genoemde termijn het college hiervan op de hoogte. 14.7. Het college kan uitstel verlenen voor de in artikel 1 genoemde termijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel