**1..** Er mag geen verbranding plaatsvinden:
indien het regent of mistig is, tenzij sprake is van een paasvuur;
bij windkracht 5 Beaufort of meer (de windsnelheid bedraagt dan meer dan 8 m/s), tenzij sprake is van een paasvuur;
bij windkracht 6 Bft of meer is (de windsnelheid bedraagt dan meer dan 10,7 m/s), indien sprake is van een paasvuur;
bij droogte (na afkondiging fase 2; “extra alert” kenbaar gemaakt op www.natuurbrandrisico.nl)
**2..** Er mag geen verbranding plaatsvinden indien de windrichting zodanig is dat verkeer en de directe woonomgeving er hinder van kunnen ondervinden.
**3..** Er mag geen verbranding plaatsvinden als er in de brandstapel wordt gehuisd door dieren of wordt genesteld door vogels.
Artikel 4
Verbod tot verbranding
Onderdeel van Nadere regels Verbranding Afvalstoffen en Stoken op grond van artikel 5.34 Algemene Plaatselijke Verordening