Naar hoofdinhoud
1.. Er mag geen verbranding plaatsvinden: indien het regent of mistig is, tenzij sprake is van een paasvuur; bij windkracht 5 Beaufort of meer (de windsnelheid bedraagt dan meer dan 8 m/s), tenzij sprake is van een paasvuur; bij windkracht 6 Bft of meer is (de windsnelheid bedraagt dan meer dan 10,7 m/s), indien sprake is van een paasvuur; bij droogte (na afkondiging fase 2; “extra alert” kenbaar gemaakt op www.natuurbrandrisico.nl) 2.. Er mag geen verbranding plaatsvinden indien de windrichting zodanig is dat verkeer en de directe woonomgeving er hinder van kunnen ondervinden. 3.. Er mag geen verbranding plaatsvinden als er in de brandstapel wordt gehuisd door dieren of wordt genesteld door vogels.

Rechtspraak bij dit artikel