Procedure
Nadat een medewerker samen met de inwoner zijn situatie in kaart heeft gebracht, stelt de medewerker een overeenkomst budgetbeheer en een budgetplan op. In de overeenkomst staan afspraken tussen gemeente en inwoner over het budgetbeheer. Een budgetplan is een plan hoe de inwoner zijn inkomsten en uitgaven kan regelen aan de hand van een begroting. Door een begroting te maken kunnen de uitgaven beter worden gepland. Als de inwoner instemt met het budgetplan wordt een nieuwe bankrekening geopend en zorgt de inwoner ervoor dat de inkomsten op die rekening gaan binnenkomen. De gemeente zorgt ervoor dat van die inkomsten de noodzakelijke uitgaven worden voldaan. De inwoner ontvangt van de gemeente regelmatig geld voor het doen van boodschappen. Het bedrag wordt na overleg met de inwoner vastgesteld.
Na de start van het budgetbeheer neemt de medewerker regelmatig contact op met de inwoner voor ondersteuning bij de financiële huishouding en om de ontwikkelingen te volgen (budgetcoaching). Met budgetcoaching leert iemand met behulp van een budgetcoach zijn/haar eigen financiën weer te beheren.
Duur van het budgetbeheer
De gemeente streeft ernaar dat de inwoner na zes tot negen maanden weer financieel ‘op eigen benen’ kan staan en dat het budgetbeheer daarna dan beëindigd wordt. Budgetbeheer wordt daarom toegekend voor een periode van een jaar. De medewerker beoordeelt na negen maanden of budgetbeheer inderdaad beëindigd kan worden. Is het nodig dat het budgetbeheer wordt voortgezet, dan is dat mogelijk. De duur van het budgetbeheer wordt dan verlengd, in principe met één jaar. Die termijn kan nog eenmaal worden verlengd met opnieuw één jaar, als de situatie van de inwoner dat noodzakelijk maakt. Bij een verlenging kunnen de voorwaarden worden aangepast, als dat nodig is voor het bereiken van een financieel gezonde huishouding.
In hele bijzondere situaties kan budgetbeheer ook na het bereiken van de maximale termijn worden voortgezet. Het moet dan gaan om een inwoner die blijvend ondersteuning bij de financiën nodig heeft en waarbij beschermingsbewind geen goed alternatief vormt.
Gaat het om budgetbeheer naast een (minnelijke of wettelijke) schuldregeling of schuldbemiddeling, dan kan de duur van het budgetbeheer daarop worden aangepast. Uitgangspunt is dan, dat budgetbeheer voortduurt zolang de schuldregeling of schuldbemiddeling loopt.
Welke inkomsten betrekt de gemeente bij het budgetbeheer?
De gemeente betrekt alle middelen die de inwoner tot zijn beschikking heeft bij budgetbeheer. Het gaat dan om alle financiële middelen waarover de inwoner (en zijn kinderen tot 18 jaar) kan beschikken. Alle inkomsten worden naar de nieuwe bankrekening overgemaakt. Het gaat dan bijvoorbeeld om inkomsten uit arbeid, uitkeringen, alimentatie, inkomsten uit verhuur of kostgangers, heffingskortingen van de belastingdienst, voorlopige teruggaven inkomstenbelasting van de belastingdienst, etc.
Vermogen wordt ook bij budgetbeheer betrokken. Het gaat dan om bezittingen die uitgaan boven wat gebruikelijk is om te bezitten, zoals meubilair, witgoed etc. Ook niet van belang zijn de bezittingen die noodzakelijk zijn, zoals een aangepaste auto voor een inwoner met een handicap.
Communicatie
Als budgetbeheer wordt ingezet, brengt de medewerker de inwoner op de hoogte. Als er te weinig basis is voor budgetbeheer, stuurt de medewerker de inwoner een besluit. Dat gebeurt ook, als budgetbeheer tussentijds wordt beëindigd. In het besluit staat wat de reden is van de afwijzing of beëindiging.
Inwerkingtreding
Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking.
Citeertitel
Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels budgetbeheer gemeente Kampen 2018
Artikel 5.
Hoe pakt de gemeente budgetbeheer aan?
Onderdeel van Beleidsregels budgetbeheer gemeente Kampen 2018