Naar hoofdinhoud
Deze beleids- en nadere regels worden aangehaald als ‘Beleids- en nadere regels jeugdhulp Lelystad 2018’. Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lelystad van 10 juli 2018; secretaris,                                                               burgemeester, Toelichting Toelichting Beleids- en nadere regels Jeugdhulp 2018 Inleiding Sinds 1 januari 2015 is de gemeente vanuit de Jeugdwet verantwoordelijk voor het toekennen van jeugdhulp. Om te komen tot een zorgtoewijzing vindt er een keukentafelgesprek plaats met ouders en/of kind door een jeugdprofessional. Doel van het keukentafelgesprek is om de hulpvraag van het gezin te verhelderen en te komen tot een weloverwogen advies over de in te zetten jeugdhulp (nieuw) of een verlenging van de jeugdhulphulp (herindicatie). Bij het inzetten van jeugdhulp is het belangrijk met ouders/jeugdige te bepalen tot welke doelen deze jeugdhulp gaat leiden zodat deze in een later stadium te evalueren is. Bij een herindicatie is het van belang om tijdens het keukentafelgesprek helder te krijgen wat de resultaten zijn geweest van de jeugdhulp en of op grond daarvan de jeugdhulp wordt verlengd of er een andere vorm van ondersteuning nodig is. In de gesprekken maakt het dan niet uit of het Zorg in Natura is of een pgb. Immers, in beide gevallen wordt er gekeken welke zorg het best passend is bij de hulpvraag van de jeugdige/ouder. De gemeente treft daar waar een jeugdige of zijn ouders dit nodig hebben bij problemen met het opgroeien, de zelfredzaamheid of maatschappelijke participatie, een voorziening op het gebied van jeugdhulp. Uitgangspunt hierbij blijft echter de eigen kracht van de jeugdige en zijn ouders. In dat kader komt ook ‘gebruikelijke hulp’ aan de orde. Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Begripsomschrijving Dit artikel behoeft geen toelichting Artikel 2 Beschikbare voorzieningen Het college is er verantwoordelijk voor dat er een kwalitatief en kwantitatief toereikend aanbod is om de noodzakelijke jeugdhulp in te kunnen zetten (artikel 2.6 lid 1 sub a Jeugdwet). De gemeenten in Flevoland werken samen bij inkoop van jeugdhulp waarvoor gemeenten op grond van de Jeugdwet verantwoordelijk zijn. Een groot deel van de jeugdhulp wordt regionaal (of landelijk) ingekocht. Een deel is echter lokaal ingekocht. Op de website van de gemeente Lelystad is een overzicht met alle voorzieningen te vinden die gemeente Lelystad aanbiedt. Artikel 3 Ondersteuningsbehoefte Jeugdigen of ouders kunnen de ondersteuningsbehoefte zelf in kaart brengen, maar zijn daartoe niet verplicht. Het college zal de ondersteuningsbehoefte in samenspraak met de jeugdige en ouders in kaart brengen. In artikel 2.3 van de Jeugdwet worden hiertoe een handreiking gegeven. Dit wetsartikel is in dit artikel verder uitgewerkt, waarbij wordt aangegeven waar rekening mee gehouden dient te worden bij het bepalen van de ondersteuningsbehoefte. Artikel 4 Treffen van voorziening In artikel 10 van de Verordening Jeugdhulp Lelystad 2018 is een toetsingskader voor het verlenen van een individuele voorziening opgenomen. In dit artikel zijn daarnaast specifieke criteria opgenomen met betrekking tot het verlenen van Jeugdhulp. Artikel 5 Voorwaarden passende jeugdhulp De jeugdhulp die de jeugdige en zijn ouders krijgen, moeten de jeugdige in staat stellen gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid, voldoende zelfredzaam te zijn en deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer, rekening houdend met het ontwikkelingsniveau van de jeugdige. Deze doelen zijn opgenomen in de onderdelen a, b en c van het eerste lid van dit artikel 2.3 Jeugdwet. Slechts dan kan worden gesproken van passende jeugdhulp. In dit artikel is nader uitgewerkt wat onder passende jeugdhulp wordt verstaan. Artikel 6 Gebruikelijke zorg Ouders hebben een wettelijke zorgplicht voor hun kinderen. De ouders zorgen voor de opvoeding van hun kinderen. Dit houdt in: het zorgen voor hun geestelijk en lichamelijk welzijn en het bevorderen van de ontwikkeling van hun persoonlijkheid (en naar draagkracht voorzien in de kosten van dit alles). Deze zorgplicht strekt zich uit over opvang, verzorging, begeleiding en opvoeding die een ouder (of verzorger), onder meer afhankelijk van de leeftijd en verstandelijke ontwikkeling van het kind, normaal gesproken geeft aan een kind, inclusief de zorg bij kortdurende ziekte. Bij uitval van één van de ouders neemt de andere ouder de gebruikelijke zorg voor de kinderen over. Bij het vaststellen van de zorgbehoefte wordt rekening gehouden met wat van de ouders kan worden verwacht in het kader van deze gebruikelijke zorg. Voor dit deel is er –in principe- geen aanspraak op Jeugdhulp en kan daarvoor in principe ook geen pgb worden verstrekt. Indien beide ouders niet in staat blijken te zijn deze gebruikelijke zorg te bieden, dan zal bekeken moeten worden wat er in dat individuele geval moet gebeuren. Mogelijk is er dan bij wijze van uitzondering wel zorg nodig vanuit de Jeugdwet. Een aantal taken behoeven meer toelichting. Hieronder een aantal voorbeelden van taken die algemeen gebruikelijk zijn. Aard van de zorghandeling: gebruikelijke zorg bij kinderen kan ook handelingen omvatten die niet standaard bij alle kinderen voorkomen. Voorbeelden van handelingen die gebruikelijke zorghandelingen vervangen, zijn: het legen van een katheterzakje in plaats van verschonen; bij een kind met een verstandelijke beperking oefenen met het gebruik van pictogrammen in plaats van oefenen met topografie. Dit zijn dus voorbeelden van gebruikelijke zorg. Frequentie: zorghandelingen die meelopen in het normale patroon van dagelijkse zorg voor een kind, zoals drie keer per dag eten, kunnen als gebruikelijke zorg worden aangemerkt. Bijvoorbeeld: bij een kind dat bij het ontbijt en het naar bed gaan medicatie aangereikt moet krijgen, loopt dit mee in de het normale patroon van dagelijkse zorg voor een kind en wordt dit als gebruikelijke zorg aangemerkt. Bijvoorbeeld: zorghandelingen die niet meelopen in het normale patroon van dagelijkse zorg van ouders aan een kind, is het meerdere malen per nacht bieden van zorg van ouders aan een ouder kind. Dit is dus geen gebruikelijke zorg. Het in de bijlage opgenomen schema (uit: Beleidsregels indicatiestelling AWBZ, bijlage 3; Gebruikelijke zorg, 2014) biedt een richtlijn voor gebruikelijke zorg en gaat uit van jeugdigen met een gezonde ontwikkeling. Hierbij geldt dat ook jeugdigen in dezelfde leeftijd kunnen verschillen; het ene kind kan meer of minder zorg of begeleiding vragen dan een leeftijdsgenoot. Het ene kind is nu eenmaal gemakkelijker of zelfstandiger dan het andere kind. En ook enige strubbeling is normaal of passend bij een leeftijdsfase. Wel kan er sprake zijn van (dreigende) overbelasting van ouders waarvoor mogelijk begeleiding (als respijt-zorg) ingezet kan worden. Houdt bij onderstaand schema de kalenderleeftijd van de jeugdige in gedachten; de verwachtingen bij een 7 jarige zijn anders dan wat men kan verwachten van een 11 jarige (zij staan wel in dezelfde leeftijdscategorie). Dit schema dient als richtlijn. De beoordeling van de zorgbehoefte blijft altijd maatwerk. Artikel 7 Zorgplan De kwaliteit van de in te kopen zorg/jeugdhulp dient veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht te zijn en afgestemd te zijn op de reële behoefte van betrokkene. Bij het beoordelen van de kwaliteit weegt mee of de diensten in redelijkheid geschikt zijn voor het doel waarvoor het persoonsgebonden budget wordt verstrekt. De desbetreffende zorgverlener zal moeten aantonen dat de door hem te leveren jeugdhulp passend is. Het zorgplan moet daarom aansluiten bij de resultaten die zijn geformuleerd in het gezinsplan. Op basis van het zorgplan beoordeelt het college of de zorgverlener in staat is voor die betreffende jeugdige passende jeugdhulp te bieden. Artikel 8 Jeugdhulp door sociale netwerk De jeugdhulp kan worden ingezet door niet-professionele zorgverleners, waaronder de ouders of mensen uit het sociale netwerk. Ook dan moet de jeugdhulp passend en dus doelmatig en effectief zijn. De gemeenteraad heeft in de Verordening jeugdhulp Lelystad 2018 een aantal voorwaarden opgenomen waaraan de hulpverlener uit het sociaal netwerk moet voldoen. In dit artikel is nadere invulling gegeven aan passende jeugdhulp door personen uit het sociale netwerk. Artikel 9 Voorwaarden pgb In artikel 8.1.1, tweede lid van de wet is een aantal voorwaarden opgenomen waaraan de jeugdige of zijn ouders moeten voldoen om in aanmerking te komen voor een pgb. Een van de voorwaarden luidt als volgt: de jeugdige of zijn ouders zijn naar het oordeel van het college op eigen kracht voldoende in staat tot een redelijke waardering van de belangen ter zake. Of ze zijn met hulp uit hun sociale netwerk dan wel van een curator, bewindvoerder, mentor, gemachtigde, gecertificeerde instelling of aanbieder van gesloten jeugdhulp, in staat de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren. In het gesprek met betrokkene zal moeten blijken of betrokkene op eigen kracht voldoende in staat is te achten tot een redelijke waardering van zijn eigen belangen ter zake. De motivering waarom zorg in natura niet passend is, geeft waarschijnlijk ook al een beeld of betrokkene bekwaam is de taken als budgethouder uit te voeren. Een Pgb bestaat weliswaar uit een geldbedrag, waarmee betrokkene in staat wordt gesteld zelf de benodigde hulp in te kopen bij derden, echter de gemeente maakt dit geldbedrag niet over aan de budgethouder. Het geldbedrag gaat naar de Sociale verzekeringsbank ( SVB), die rechtstreeks de hulpverlener(s) betaalt op basis van de zorgovereenkomst (tussen hulpverlener en budgethouder) en de ondertekende urenbriefjes. Indien blijkt dat betrokkene zelf niet bekwaam is om de taken van budgethouder uit te voeren zal betrokkene moeten aangeven dat er met hulp vanuit zijn sociale netwerk dan wel zijn curator, bewindvoerder mentor, ge(vol)machtigde, (echtgenoot / partner, ouder, broer, zus) , gecertificeerde instelling of aanbieder gesloten jeugdhulp deze taken kunnen worden uitgevoerd. Zo nodig zal nog een vervolg gesprek moeten worden ingepland met betrokkene en degene die hem ondersteunt bij de taken van de budgethouder. In het kader van de beoordeling kunnen in het gesprek met betrokkene ook de volgende punten aan de orde komen. kan betrokkene zelf desgevraagd onder woorden brengen / duidelijk maken welke problemen hij heeft; hoe deze problemen zijn ontstaan en bij welke ondersteuning hij gebaat zou zijn; kan betrokkene de aan het pgb verbonden taken zelf uitvoeren zoals het kiezen van de geschikte zorgverlener, het aangaan van een contract, het in de praktijk aansturen van de zorgverlener en het bijhouden van een juiste administratie; voldoet de beheerder die is ingeschakeld aan de eisen die worden gesteld aan een gewaarborgde hulp conform artikel 5.11, lid 2, van Regeling langdurige zorg (Rlz). In artikel 5.11, lid 2 van de Rlz is bepaald dat de verlening van een pgb kan worden geweigerd indien een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de door de verzekerde ingeschakelde hulp: bij een eerdere verstrekking van persoonsgebonden budgetten waarbij deze derde als hulppersoon of vertegenwoordiger optrad niet heeft ingestaan voor nakoming van de daaraan verbonden verplichtingen, blijkens de basisregistratie personen niet beschikt over een woonadres, zijn vrijheid is ontnomen, onder de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen valt, dan wel een verzoek tot van toepassing verklaring van die regeling bij de rechtbank is ingediend of deze derde failliet is verklaard, of anderszins onvoldoende waarborg zal bieden voor het nakomen van de voor de verzekerde aan het persoonsgebonden budget verbonden verplichtingen. Een budgethouder die voor 4 dagen of meer per week ondersteuning of jeugdhulp inkoopt bij dezelfde zorgverlener is ook nog werkgever met de daarbij behorende werkgeversplichten. Indien die situatie zich voordoet moet de budgethouder ook deze taken zelfstandig kunnen uitvoeren. Denk hierbij onder meer aan het overeenkomen van een redelijk uurloon, het doorbetalen van loon bij ziekte en het hanteren van een redelijke opzegtermijn. Artikel 10 Aanwenden pgb De term jeugdhulp in de Jeugdwet is breed en omvat de ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen en hun ouders bij alle denkbare opgroei-, opvoedings- en psychische problemen en stoornissen. Randvoorwaarden en/of faciliteiten die noodzakelijk zijn om jeugdhulp mogelijk te maken worden niet aangemerkt als jeugdhulp. In dit artikel worden kosten genoemd, die niet onder jeugdhulp vallen en dus niet uit een pgb mogen worden betaald. Artikel 11 Budgetplan De gemeente moet beoordelen of de kwaliteit van de hulp goed is (artikel 8.1.1 lid 2 sub c Jeugdwet). Dat is van belang voor de veiligheid van de jeugdige alsmede voor de effectiviteit van de in te zetten jeugdhulp. Daarom heeft de gemeenteraad in de Verordening jeugdhulp Lelystad (artikel 13 lid 4) opgenomen dat de aanvrager van een pgb verplicht is een budgetplan op te stellen. Met het budgetplan laten jeugdigen en ouders zien dat zij al hebben nagedacht over de manier waarop zij het budget willen gaan besteden. De gemeente kan op basis van het budgetplan beoordelen of de keuze voor de leveringsvorm pgb voldoende onderbouwd is door de jeugdige of zijn ouders en of de in te kopen zorg van voldoende kwaliteit is. In deze bepaling is aangegeven welke informatie in het budgetplan moet worden opgenomen. Artikelen 12 tot en met 16 behoeven geen toelichting Bijlage bij Beleids- en nadere regels jeugdhulp Lelystad 2018 Referentiekader ten aanzien van gebruikelijke zorg van ouders voor kinderen Kinderen van 0 tot 3 jaar hebben bij alle activiteiten verzorging van een ouder nodig; ouderlijk toezicht is zeer nabij nodig; zijn in toenemende mate zelfstandig in bewegen en verplaatsen; hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling; hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid; hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden. Kinderen van 3 tot 5 jaar kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan binnenshuis korte tijd op gehoorafstand (bijvoorbeeld ouder kan was ophangen in andere kamer); hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling; hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid; kunnen zelf zitten en op gelijkvloerse plaatsen zelf staan en lopen; hebben hulp, toezicht, stimulans, zindelijkheidstraining en controle nodig bij de toiletgang; hebben hulp, toezicht, stimulans en controle nodig bij aan- en uitkleden, eten en wassen, in- en uit bed komen, dag- en nachtritme en dagindeling bepalen; hebben begeleiding nodig bij hun spel en vrijetijdsbesteding; zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te begeven; hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden. Jeugdigen van 5 tot 12 jaar kinderen vanaf 5 jaar hebben een reguliere dagbesteding op school, oplopend van 22 tot 25 uur/week; kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan op enige afstand (bijvoorbeeld kind kan buitenspelen in directe omgeving van de woning als ouder thuis is); hebben toezicht, stimulans en controle nodig en vanaf 6 jaar tot 12 jaar geleidelijk aan steeds minder hulp nodig bij hun persoonlijke verzorging zoals het zich wassen en tanden poetsen; hebben hulp nodig bij het gebruik van medicatie; zijn overdag zindelijk en 's nachts merendeels ook; ontvangen zo nodig zindelijkheidstraining van de ouders/verzorgers; hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling; hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid; hebben begeleiding van een volwassene nodig in het verkeer wanneer zij van en naar school, activiteiten ter vervanging van school of vrije tijdsbesteding gaan; hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden. Jeugdigen van 12 tot 18 jaar hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassenen; kunnen vanaf 12 jaar enkele uren alleen gelaten worden; kunnen vanaf 16 jaar een dag en/of een nacht alleen gelaten worden; kunnen vanaf 18 jaar zelfstandig wonen; hebben bij hun persoonlijke verzorging geen hulp en maar weinig toezicht nodig; hebben bij gebruik van medicatie tot hun 18de jaar toezicht, stimulans en controle nodig; hebben tot 18 jaar een reguliere dagbesteding op school/dagbesteding; hebben begeleiding en stimulans nodig bij ontplooiing en ontwikkeling (bijvoorbeeld huiswerk of (de voorbereiding) bij het zelfstandig gaan wonen); hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid; hebben tot 17 jaar een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden. Jong volwassenen van 18 tot 23 jaar kunnen vanaf 18 jaar zelfstandig wonen; hebben een dagbesteding in de vorm van opleiding/arbeid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel