**1..** Ook in het geval dat er sprake is van jeugdigen met een ziekte, aandoening of beperking behoren ouders de tot hun gezin behorende minderjarige kinderen te verzorgen, op te voeden en toezicht te houden op hen.
De volgende zorgtaken behoren als onderdeel van verantwoordelijk ouderschap in ieder geval tot taken van ouders, ook als het gaat om een jeugdige met een beperking:
Ouders behoren te allen tijde bereikbaar te zijn voor hun minderjarige kinderen;
Ouders behoren bij de start en afsluiting van de dag aandacht te geven aan hun; minderjarige kinderen en de dag met hen door te nemen;
Inspectie van locaties waar de jeugdige mogelijk op bezoek of vakantie gaat om te beoordelen of de locatie passend is voor de jeugdige en om de jeugdige te kunnen voorbereiden op het bezoek;
Zorghandelingen die vervangend zijn voor de normale gebruikelijke zorghandelingen en/of die meelopen in het normale patroon van het gezien en de dagelijkse zorg voor een jeugdige;
De jeugdige leren omgaan met het sociale netwerk (familie/vrienden);
Begeleiding van een jeugdige naar de huisarts, therapeut, zorgaanbieder, medisch specialist of jeugdarts;
Begeleiding van een jeugdige naar sport, vrijetijdsclubs en/of lessen;
Begeleiding van een jeugdige naar en het onderhouden van het contact met school of kinderopvang;
Begeleiding van de jeugdige in het normale maatschappelijk verkeer (zoals familiebezoek of gezamenlijke uitstapjes).
**3..** Bij het bepalen van de gebruikelijke zorgtaken van de ouders ten aanzien van de jeugdige kan het college het ‘Referentiekader ten aanzien van gebruikelijke zorg’ als leidraad hanteren. Dit referentiekader is als bijlage bij deze beleids- en andere regels opgenomen.
Hoofdstuk 2
Artikel 6